maandag 16 januari 2012

Paradox

Het is fascinerend om te lezen dat in de voorrondes van de verkiezingen voor een Republikeinse presidentskandidaat, Mitt Romney president Obama ervan beschuldigt Amerika in Europa te willen veranderen. Er wordt natuurlijk socialisme mee bedoelt; betaalbare gezondheidszorg voor iedereen en andere egaliserende ingrepen. De haat voor Europa heeft volgens mij te maken met een fenomeen dat Ian Buruma en Avisai Margalit Occidentalisme hebben genoemd, een kernbegrip om de haat voor het Westen mee te omschrijven die ondermeer de Talibaan kenmerkt. Hun theorie is echter dat het Occidentalisme uit het Westen of Europa zelf afkomstig is. Het heeft z’n wortels in het Duitse romanticisme waarin gesproken wordt over het Westerse komfortismus (daarmee werd Frankrijk bedoelt) tegenover het Duitse heldendom.  Democratie leidt tot gezapigheid terwijl de oude aristocratie nog instaat was tot grootse daden. Een liefde voor grootste heldendaden is ook Amerika niet vreemd. Denk aan het geloof jezelf in het leven vooruit te katapulteren en tot grote rijkdommen te komen. Het veroordelen van Europa heeft dus ook z’n wortels in het Occidentalisme, een in romantisch idealisme gedrenkte afschuw van komfortismus. In zijn voetnoot vanmorgen in de Volkskrant beargumenteert Arnon Grunberg dat de staat die van bovenaf bepaalt wat goed is voor zijn burgers, behoort tot de kenmerken van  totalitaire regimes.  Arnon Grunberg heeft sinds kort een vergunning om in Amerika belasting te betalen.Ook Grunberg koestert een overdreven angst voor de welvaartsstaat, misschien hoort dat wel bij het verkrijgen van een greencard. Het verschaft je het recht om te mislukken.