De Cultuursteppe

maandag 30 januari 2012

Fritz


Een van mijn collega’s in de aio-toren heet K. en is opgegroeid in het Oost Berlijn van de jaren tachtig. K. vertelde me vandaag over zijn twee opa’s waarvan er eentje een kenner van Russische literatuur is en de ander een kenner van Franse filosofie. Die laatste opa begint volgens K een beetje dement te worden. Zijn laatste boek Leven zonder te vegeteren, is behoorlijk warrig, vertelde K. Zijn andere opa, de in kleine kring beroemde Fritz Mierau woont in Berlijn en schrijft nog steeds. Iedere ochtend twee uur en dan, na  een middagwandeling, ‘s avonds nog twee uur. Hij dicteert zijn boeken aan zijn vrouw die ze uittypt. Fritz vertaalde Mayakovsky, maar omdat de Russsiche dichter  zelfmoord pleegde was Mayakovsky besmet. In een perfecte staat pleeg je geen zelfmoord, behalve als je zelf de vijand bent. Fritz Mierau werd door zijn fascinatie voor Mayakovsky op een milde manier genegeerd door het regime, maar hij was te bekend om hem echt te treiteren. Hij kon zelfs vrij reizen naar West Berlijn Na de val van de muur heeft deze status hem geen windeieren gelegd, hij heeft een redelijk goed verkochte autobiografie geschreven (Mijn Russische eeuw) waar hij in verzwijgt dat hij een buitenechtelijk kind heeft. Het kind is verwekt bij een van zijn bewonderaarsters. Dat vind ik wel slap, zegt K., maar aan de andere kant kan het ook zijn geweest dat hij niet zijn eigen vrouw nogmaals wilde kwetsen, je weet dat toch nooit helemaal. De hele familie weet overigens van het buitenechtelijk kind af, maar erover praten gebeurd niet echt.

zaterdag 28 januari 2012

Telefoon

 


Vanavond zijn we naar de film Le Geants geweest. We hadden Eldorado gezien, ook een film van regisseur Bouli Lanners. Waar Eldorado precies over gaat is moeilijk te zeggen, maar de absurde sfeer is ons bijgebleven. In Les Geants is het niet anders. Twee broers worden aan hun lot overgelaten in het huis van hun overleden  grootvader. Ze ontmoeten een leeftijdgenoot wiens achtergrond al niet veel rooskleuriger is. De avonturen die ze beleven zijn echt en levensgevaarlijk. Een goede film over hoe je snel volwassen moet worden. Als op het laatst toch de telefoon overgaat van hun moeder, laat een van de broers zijn mobiel in het water glijden. Er is teveel gebeurd om nog uit te leggen.

vrijdag 27 januari 2012

Robots

File:IED detonator.jpg
Warbots, robots om je conflicten mee uit te knokken, komen eraan. Dat lees ik althans in een artikel dat te lezen valt op de The Stone, het filosofieblog van de New York Times. Het probleem van oorlogsrobots is dat ze fouten zullen maken, net als mensen, maar dat de fouten, vooral met de eerste robots erger zullen zijn. Denk bijvoorbeeld aan een softwarefoutje waarbij niet de rebellen maar een kinderspeelplaats wordt doorzeefd. Wie kun je dan de schuld geven. Die schuldvraag, lijkt me allang een gepasseerd station. Sinds er bommen uit vliegtuigen worden gegooid is oorlog voeren al abstract geworden.  Ook een professioneel leger heeft daar aan bijgedragen. Oorlog wordt steeds minder pijnlijk voor geavanceerde samenlevingen en kan daardoor ook langer doorgaan.

donderdag 26 januari 2012

communiceren

 
Ireen van Ditshuyzen  won deze week de 'Beeld en Geluid Oeuvre Award', ik had er nog nooit van gehoord maar ze werd erover geïnterviewd op de radio. ‘Wat communiceer je met je werk?’ Werd er gevraagd. ‘Ik communiceer niet,’ zei ze in een reactie. Dat vond ik wel een mooi antwoord voor iemand die televisie documentaires maakt. Communiceren is waarschijnlijk een van de meest misbruikte begrippen van het internettijdperk waarin het zogenaamd om communicatie gaat, maar waarbij natuurlijk bijna niets gezegd wordt. Wie minder communicatie wil en wat meer verhaal kan ik overigens van harte deze site aanbevelen. Met drie anderen in de Aio-toren ben ik een verhalenblog begonnen.

woensdag 25 januari 2012

Zwart

Op het acht uur journaal hoorde ik het begrip ‘Jengel factor’. Supermarkten proberen elkaar door middel van spaaracties klanten af te vangen. Het is afhankelijk van de zeurende kinderen die iets specifieks willen sparen of ouders daadwerkelijk (tijdelijk) van supermarkt wisselen, dat heet de 'jengelfactor'. Gruwelijke taferelen levert dit op, bij de Albert Heijn bij mij in de buurt stonden ten tijde van de voetbalplaatsjesgekte drommen kinderen bij de uitgang. Met holle ogen vroegen ze of je nog voetbalplaatjes had. Net junks. ‘Kinderkracht is hinderkracht,’ schreef Abram de Zwaan al in zijn boekje over de mensenmaatschappij. Wat kinderen doen door te jengelen doen Afrikaanse straatverkopers door zielig te kijken. Niets zo onweerstaanbaar als een zielig kijken neger. Zelf probeer ik dat de laatste tijd ook. Wie denkt dat als je een boek hebt geschreven het werk daarna ophoudt, heeft het mis. Het boek moet ook nog verkocht worden door de auteurs zelf. Ik doe dat door naar recepties te gaan. Boekjes in de tas en dan gezellig met de mensen praten. Ik ga dan in eerste instantie enthousiasmerend te werk, als ze nee zeggen druip zacht snikkend af. Vaak komen mensen me dan toch nog achterna. Het werkt dus ook als je niet zwart bent.

dinsdag 24 januari 2012

Haankens

 



Het is genoegzaam bekend dat ons Haagse huis in deze periode, die naar mijn gevoel ieder jaar langer duurt, wordt uitgezocht als sterfhuis voor lieveheerbeestjes. Ik heb een ronde lamp in de kamer opgehangen, een bol die van boven open is. Daar zitten ze in. Onder de hoogtezon lijkt het wel want het peertje hangt vlak boven de bevende lijfjes, Als ik omhoog kijk zie ik zie zes sloom bewegende vlekjes. Vorige week had ik er al eens de stofzuiger op gezet, maar ze blijven komen.  In het beroemde Visboeck van Adriaan Coenen, waarin hij schrijft over de meest wonderlijke dieren van de zee maar ook over haring, staat een passage over lieveheerbeestjes: “ De wormkens die men bij ons lieve vrouwe haankens noemt zijn kleine beeskens lieflijk om te zien (…)Zij hebben onder hun bovenste harde vleugelkens nog zachte dunne vleugelkens. Ze laten zich wel grijpen, en toen wij kinderen waren grepen wij ze in de duinen en zetten ze op onze handen, en zo af en toe vlogen zij ons van de handen. Dit dacht ons een grote vreugde te zijn. Wij dorsten ze niet te doden omdat het onze lieve vrouwe haankens zijn. Zij zijn niet groter dan een mens zijn kleinste nagel; ze zijn mooi rood op’t lijf  met zwarte ronde plekjes daarop en zij zijn meest kruipende op de kruiden en bramen. In de zomer vindt men ze, niet in de winter.” (p.44)

maandag 23 januari 2012

Verborgen Gebreken

 



-Wat zeg je?

-Dat je mooi bent.

-Nou dat ben ik niet, denk je dat vrouwen dat leuk vinden om te horen?

-Ja dat dacht ik altijd.

-En dat werkt doorgaans goed? Vrouwen gaan gemakkelijk met je naar bed?

-Ik kan niet klagen.

-Ik begrijp er niks van, hoe kan een leugen nou erotisch zijn. Vind je het trouwens wat?

-Ja, het bevalt me wel, er komt veel licht binnen.

-Licht ja, het huis staat op het zuiden, ik heb ook nog andere huizen die ik je kan laten  zien.

-Nou, ik vind deze wel goed eigenlijk, waarom zou ik nog verder zoeken?

-Je kunt beter wat vergelijkingsmateriaal hebben, in dit huis zitten bijvoorbeeld veel verborgen mankementen.

-Oh ja, wat voor mankementen dan?

-Nou veel houtrot bijvoorbeeld, de raamkozijnen.

-Oh, in dat geval…

-Toch maar andere huizen bekijken?

-Ja, als jij zegt dat het er zo voor staat dan lijkt me het beter om nog wat meer dingen te bekijken inderdaad.

-Is het omdat ik het zeg? Waarom laat jij je zo makkelijk van de wijs brengen eigenlijk? Ik roep wat over houtrot en je bent meteen aan het twijfelen geslagen, jij staat ook niet erg stevig in je schoenen, wil je dit huis nou of niet?

-Ja euh, het huis bevalt me wel op het eerste gezicht, maar kijk, als er tal van verborgen gebreken zijn, dan weet ik het niet.

-Ach man, schei och uit met je verborgen gebreken, je bent gewoon een mietje, je durft het gewoon niet.

-Ja maar, hoe, ik bedoel…

-Wat bedoel je?

-Ik heb het gevoel dat je allerlei dingen op zijn kop zet enzo..

- Oh ja? Alleen maar omdat ik de dingen benoem zoals ze  zijn, bah, als je het huis niet wilt dan heb ik nog genoeg andere klanten, dan hoepel je maar op.

-Nee nee, ik wil het, het licht bevalt me.

-Okee, hier is het contract, daar kan je tekenen.

-Hier ? Oke, ziezo! Zie je wel dat ik het kan, een huis kopen…

-Ja ja, heel goed van je, joh, maar zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd heb voor houtrot en verborgen gebreken.

-Maar….

-Niks te maren en ik ga ook niet met je naar bed. Ik houd niet van slappe mannen.

zondag 22 januari 2012

Ambrosius




De postbode mag dan een verdwijnend instituut zijn, ik krijg er niet minder post om. Onlangs trof ik een wonderlijke brief van een imker met de naam M. Muiselaar. Het begon als volgt: Ook bij De Dansende Ambrosius geldt: 2012 het jaar van de bij!! Een eigenaardige zin, maar ik kwam er via een kleine internetzoekactie achter dat dit jaar inderdaad officieel is uitgeroepen als het jaar van de bij. Door wie? Juist, de imkers van Nederland. Vervolgens stond er dit: Natuurlijk bent u bij ons ook welkom voor bijen- en insectenhotels. Ik besloot direct dit niet op te zoeken op internet, het begrip is daar veel te leuk voor. Je kan wel zeggen dat brief in zijn opzet is geslaagd. De imkergeheimtaal heeft me nieuwsgierig gemaakt en ik ga zeker een keer langs.

zaterdag 21 januari 2012

Revolutie

Vanavond waren de Lieve G en ik bij het winternachten festival omdat we waren uitgenodigd door iemand die kaartjes over had. Waren we anders niet gegaan? Nee, waarschijnlijk niet. De vorige keer dat ik er was ging het over angst en verkocht ik angsthazen in de gang. Dat is alweer drie jaar geleden. We hebben vanavond onder meer de documentaire ‘No More fear’ gezien over de revolutie in Tunesië. Het was indrukwekkend omdat de documentaire duidelijk was geschoten met een goedkope camera midden tussen het geweld.  Wat ook opviel: Demonstranten die voor langere tijd op straat bivakkeerden dronken pakken gepasteuriseerde melk. Als er iemand klap tegen z’n hoofd kreeg en bij bewustzijn gebracht moest worden; Melk in je gezicht.
Het zal niet de bedoeling van de filmmakers zijn geweest dat ik me dit vooral herinner. 

vrijdag 20 januari 2012

Stippen

Winter Timber-David Hockney-2009 
Rutger Pontzen bespreekt in de Volkskrant van dit weekend de controverse tussen Damian Hirst en David Hockney. Hockney had kritiek gehad op Hirst die zijn doeken niet meer zelf maakt en dat schilderkunst altijd in een zekere traditie zou moeten staan. Met brede penseelstreken schildert Pontzen zijn afkeur voor Hockney door hem een oude zeur te noemen die de geniale lijdende kunstenaar in zijn atelier aan het uithangen is. Pontzen vergeet: Ook de waarde van de doeken van Hirst zijn afhankelijk wat hij er nog meer bij doet. Het verhaal en de reputatie van de maker zweeft er altijd omheen. Dit zijn geen schilderijen met een stip, dit zijn schilderijen met een stip van Damian Hirst, je weet wel hij giet haaien in kunsthars.  Ze zijn wat waard omdat ze van hem zijn, niet door de kwaliteit van het werk zelf. Hirst valt natuurlijk ook binnen een traditie, maar niet de traditie waarin Pontzen hem plaatst. Pontzen vergeleek Hirst met Michelangelo omdat die ook met meerdere mensen in een atelier aan een kunstwerk werkte. Ik denk echter niet dat Michelangelo, zijn werknemers helemaal alleen kon laten en dat de hand van de meester of diens oog op bepaalde momenten wel degelijk cruciaal is geweest. Voor Hirst geldt dat niet en dat is het grote verschil tussen pak ‘m beet een Sixtijnse kapel en een schilderij met stippen. Om zijn haat voor Hockney nog maar eens te onderschrijven, schrijft  Pontzen dat Damian Hirst tenminste nog een statement maakt en wel deze: 'om niet langer de romantische schilder uit te hangen. En het lijden aan zijn assistenten over te laten.'
Ik vind het fantastisch wat Hirst doet, hij moet volgens mij erg slim zijn, maar als dit het statement is wat je wilt maken dan heeft dat niet zoveel meer met kunst te maken. Hij zal ook moeten vrezen voor zijn reputatie, dit is namelijk het statement van een bankier en die zijn de laatste tijd heel erg uit. 

donderdag 19 januari 2012

Slow Journalism

Ooit solliciteerde ik bij de VPRO televisie, maar dat was voor een stage plaats. Achteraf hoorde ik dat sommigen zich tijdens het gesprek hadden afgevraagd of ik wel kon luisteren. Het bleek mee te vallen, ik kon luisteren. Vandaag heb ik opnieuw gesolliciteerd. Samen met Peter Michiel Schaap hoop ik hoofdredacteur te worden van Noorderbreedte, een blad over Noord Nederland. Het interessante is dat het iets weg heeft van een vakblad over het landschap maar dan voor een breed publiek, precies de doelgroep waar ik nu al veel voor schrijf.



woensdag 18 januari 2012

Strijd

Vanochtend was de Lieve G verwikkelt in een soort afwasstrijd met de vuile vaat van gisteren. ‘Hier kan ik dus heel slecht tegen, dat er ‘ s ochtends nog afwas staat als ik het ontbijt wil maken.’ Ze greep naar de fles afwasmiddel om nog wat extra zeepsop op het schuursponsje te doen, maar het was de fles zeepsop niet, het was een open geschroefd koffie blik. De inhoud viel letterlijk in het water. Het was grappig om te zien en eigenlijk had ik wel willen lachen, ware het niet dat er nu geen koffie meer was en daar kan ik dan weer heel slecht tegen; een ochtend zonder koffie.  

dinsdag 17 januari 2012

Leedvermaak

 
Afgelopen kerst hoorde ik het al op de radio:’Eenzame ouderen kunnen kerst vieren bij het Leger des Heils.’ Deze noodkreet leek me veroorzaakt door de commercie. In reclames komt rond de kerstdagen het beeld naar voren dat je gezellige dingen doet met familie (en maar proppen met zijn allen, want dat is waar het in reclames werkelijk over gaat). In de NRC lees ik dat de directeur van het Ouderenfonds, Jan Romme, een interessante oplossing heeft voor eenzame ouderen: ‘Ga vrijwilligerswerk doen, dan zie je vaak dat anderen het veel slechter getroffen hebben dan jij.’ Sadisme en leedvermaak als remedie tegen eenzaamheid. Een interessante gedachte. Misschien moet de oudere tijdens het vrijwilligerswerk de eigen eenzaamheid actiever bestrijden door de ander af en toe in het oor te fluisteren: ’Denkt u wel eens aan het moment dat ik weer weg ga en hoe eenzaam u dan zult zijn? Erg he? Ja ik ken het wel, heb ik ook erg veel last van gehad.  Tegenwoordig praat ik het van me af.’

maandag 16 januari 2012

Paradox

Het is fascinerend om te lezen dat in de voorrondes van de verkiezingen voor een Republikeinse presidentskandidaat, Mitt Romney president Obama ervan beschuldigt Amerika in Europa te willen veranderen. Er wordt natuurlijk socialisme mee bedoelt; betaalbare gezondheidszorg voor iedereen en andere egaliserende ingrepen. De haat voor Europa heeft volgens mij te maken met een fenomeen dat Ian Buruma en Avisai Margalit Occidentalisme hebben genoemd, een kernbegrip om de haat voor het Westen mee te omschrijven die ondermeer de Talibaan kenmerkt. Hun theorie is echter dat het Occidentalisme uit het Westen of Europa zelf afkomstig is. Het heeft z’n wortels in het Duitse romanticisme waarin gesproken wordt over het Westerse komfortismus (daarmee werd Frankrijk bedoelt) tegenover het Duitse heldendom.  Democratie leidt tot gezapigheid terwijl de oude aristocratie nog instaat was tot grootse daden. Een liefde voor grootste heldendaden is ook Amerika niet vreemd. Denk aan het geloof jezelf in het leven vooruit te katapulteren en tot grote rijkdommen te komen. Het veroordelen van Europa heeft dus ook z’n wortels in het Occidentalisme, een in romantisch idealisme gedrenkte afschuw van komfortismus. In zijn voetnoot vanmorgen in de Volkskrant beargumenteert Arnon Grunberg dat de staat die van bovenaf bepaalt wat goed is voor zijn burgers, behoort tot de kenmerken van  totalitaire regimes.  Arnon Grunberg heeft sinds kort een vergunning om in Amerika belasting te betalen.Ook Grunberg koestert een overdreven angst voor de welvaartsstaat, misschien hoort dat wel bij het verkrijgen van een greencard. Het verschaft je het recht om te mislukken. 

zondag 15 januari 2012

Ovenstanden

Noem mij sentimenteel, maar ik raak soms ontroert van onze gasoven in Groningen. Aan de binnenkant van de ovenklep staan de ovenstanden vermeldt met daarachter de mogelijkheden die deze verschillende ovenstanden met zich meebrengen. Met stand 1 kun je bijvoorbeeld borden verwarmen en schuimgebak maken. Stand 4/5: Volledige maaltijden gaar maken en een bruin korstje geven. Ik vind dat ontroerend. Maar de beste tekst vind ik die bij stand 5/6: Vers maken van oud brood.
Overigens doen al die ovenstanden het niet, de oven kan alleen aan of uit.


 

zaterdag 14 januari 2012

Worst


Vandaag was ik bij de opening van Food Forward, een tentoonstelling ter afsluiting van een meer jaren programma van Stroom Den Haag over de invloed van voedsel op onze cultuur. Voordat de deuren opengingen werden de deelnemende kunstenaars geïnterviewd. Een van hen, de Ier John O’shea, is een vegetariër met heimwee naar de black pudding (bloedworst). Voor Stroom ontwikkelde hij, inclusief een steekhoudend business model, de mogelijkheid om black pudding te maken zonder het dier te doden.Bloedworst gemaakt door middel van bloedtransfusie. Dit toont wat mij betreft aan dat het vegetarianisme een snobistische kant opgaat (als het dat niet altijd al was). Terwijl bloedworst vroeger een bijproduct was van het slachten, gewoon omdat we niet graag iets weggooien, worden dieren nu buiten de voedselketen gehouden en hoeven ze alleen zo nu en dan naar de bloedbank. Deze worst is uiteraard niet te betalen, maar je kan er volgens O'shea wel een schoon geweten aan over houden. Dat is maar de vraag, de footprint van deze dieren is waarschijnlijk vrij hoog, je moeten ze eten geven en ze produceren mest, maar het rendement is tamelijk laag. Wat in dit geval goed is voor de vegetarier is slecht voor het milieu.
 
Het meest surrealistische werk dat werd tentoongesteld was van Arne Hendriks, die al een aantal jaren geleden een project lanceerde dat hij ‘The incredible shrinking man’ noemt.
De vraag is eigenlijk: wat als we maar 50 centimeter hoog zijn? Dan kunnen we van een bloemkool met tien man eten, is zijn redenering. Het is een gedachte-experiment die hij tot het uiterst doorvoert. Surrealistisch? Hij vindt zelf van niet, want we worden ieder jaar wel langer met z’n allen, waarom zouden we dan ook niet kleiner kunnen worden?  

vrijdag 13 januari 2012

Enemy

 
Ik lees een interessante passage in George Orwell’s hommage aan Catalunya die gaat over zijn tijd bij de republikeinse militie tijdens de Spaanse burgeroorlog: “It appeared that even in Barcelona there were hardly any bullfights nowadays; for some reason all the best matadors were fascists.“ (p.18) Een prettig leesbaar non fitcie boek trouwens waarin ondermeer dit soort grappige zinnen voorkomen tussen haakjes (Benjamin Spoke English – terrible English). Ook leer ik zo nu en dan iets over loopgraven: “ In Trench warfare five things are important: firewood, food, candles, tobacco  and the enemy.” (p.25)

donderdag 12 januari 2012

Matrassen




Vandaag heb ik tijdens een diner in Scheveningen vrij lang gesproken met een handelaar in matrassen. Hij heeft zich ingekocht in een fabriek en brengt drie merken op de markt. Ze werken niet via tussenhandelaren maar verkopen hun product via internet. ‘Natuurlijk heb je wel showrooms nodig, dus wij leveren topmatrassen aan een hotel tegen fabrieksprijzen met als voorwaarde dat er een foldertje van ons op het nachtkastje ligt, iedere kamer van zo'n hotel zie ik als de ultieme showroom. Wil je thuis net zo lekker slapen als in het hotel? Dat kan, ga naar www.Matrassendepot.nl’
Matrassen hebben mijn aandacht, al eerder schreef ik er hier over. Als het schrijven van boeken niks wordt, ga ik in de matrassenhandel.

woensdag 11 januari 2012

Heidi

 
Ik las dit op de verpakking van een chocolade reep: "Heidi Dark Extreme is about walking that extra mile when everyone else has abandoned the race. Its about the fire the keeps you going." Kijk: de bokalen winkel gisteren ging ook over winnen. Maar wat er goed en sympathiek was aan de bokalen winkel, dat is er fout aan deze chocolade reep; het is pretentieus en het smaakt naar kaarsvet.

dinsdag 10 januari 2012

Bokalen


Vandaag heb ik een printer cartridge opgehaald bij de refillwinkel in de Fahrenheitstraat. Op de terugweg nam ik een andere route en ben zodoende op een wonderlijke manier verdwaald. Ik kwam onder meer langs een zeer oude winkeletalage met een hoge en brede winkelruit. Hierachter zag ik honderden bokalen. In tientalle rijen stonden ze tegen de achterwand opgesteld. Ze glommen metaalachtig in het grijze middaglicht. Totaal verbluft door dit ontroerende aangezicht stapte ik van mijn fiets. Er ging een fris soort optimisme van deze winkel uit, alsof het wilde zeggen dat er voor iedereen wel wat te winnen viel, in elke denkbare categorie. Ik had nog nooit zoiets gezien. Even zag ik een vitrinekast voor me in mijn eigen woonkamer. Een gouden beker voor dressuur, een tweede prijs voor waterpolo (dat is een teamsport, ben ik minder goed in), winnaar Europese kampioenschappen schaken (niet alleen ben ik fysiek superieur, ook mentaal sta ik mijn mannetje) en zo nog wat sporten die ik nog nooit beoefend heb.  Daarna fietste ik verder en dacht aan mijn herinneringsmedaille voor het schaatsen op natuurijs vorig jaar. Of was dat alweer twee jaar geleden? Ik vraag me af of het er dit jaar nog van komt.