woensdag 7 december 2011

Tijgergracht

 



Vandaag trof ik op internet: ‘De Heele wereld rond’, een boek met observaties van over de hele wereld gepubliceerd door het Groningse Noordhof-Smit in 1883. De auteur J. J. A. Goeverneur komt ook in Batavia en hij meldt direct dat het erg tegenvalt.

‘De eerste kennismaking met de hoofdstad van Nederlandsch-IndiĆ« is ons wel wat tegengevallen. Weinig levendigheid op de reede, en binnen de stad zelve gemis van dat gewoel in de straten en op de pleinen, waardoor de Europeesche handelsplaatsen zich onderscheiden.’  

Wat blijkt nou: iedereen is naar de buitenwijken verhuist omdat er jaren geleden grote problemen waren met ziektes die schijnbaar werden veroorzaakt door het slijk van grachten. De grachten zijn tegen deze tijd allang gedempt maar de slechte naam speelt de binnenstad van Batavia nog steeds parten. Ook toen al werden de buitenwijken als grootste euvel voor de  teloorgang van stedelijkheid gezien. Want ooit moet Batavia prachtig zijn geweest. Dit schrijft J. J. A. Goeverneur erover:

‘Oudtijds was de stad door zestien grachten in regelmatige blokken verdeeld. Die grachten liepen uit in de Tjiliwong en hadden ook met andere riviertjes gemeenschap, zoodat zij steeds van versch water voorzien waren. Sommige er van, zooals de Tijgergracht vooral, waren prachtig; en de bewoners konden zich ’s avonds, als zij op hunne hooge stoepen of gemetselde banken zaten, verbeelden, dat zij te Amsterdam waren. Batavia stond toen hoog in aanzien; op het kasteel hield de Gouverneur-generaal zijn verblijf, en alle hooggeplaatste ambtenaren woonden er. Het werd dan ook meermalen de «Koningin van het Oosten» genoemd. Daarbij was de stad door stevige vestingwerken omgeven, om haar tegen vijandelijke aanvallen te dekken.’