dinsdag 1 juli 2014

Paradijs


Een vriend sprak vorige week op het tweedaagse symposium The Deepest Sense, dat ging over waarnemingen voorbij het visuele (zie hier voor meer informatie). Hij zei vandaag tegen me dat er iemand was die beweerde dat onze glimmende nagels eigenlijk het enige was wat we nog aan het paradijs hadden overgehouden. Iedere keer als we onze nagels knippen gaat er een stukje paradijs verloren. Het klinkt als een congres waar ik wel bij had willen zijn. Het werd gehouden in relatie tot musea waarbij het visuele aspect vooralsnog de boventoon voert. Dat kan anders, was de boodschap. Het schijnt dat je in het Rijksmuseum ook een ruimte hebt waar je in kan om te ervaren hoe het zou zijn om in Nova Zembla te overleven. De Nova Zembla kamer. Ik denk dat het heel krachtig kan zijn, zeker in relatie met het gesproken woord. Ooit logeerde ik in het huis van een vage bekende. Ik leidde een wat zwervend bestaan nadat ik in 1998 was teruggekeerd van een studiejaar in Spanje. De vage bekende was voor enkele maanden in Duitsland. Toen ik na de eerste nacht de volgende ochtend wakker werd en mij oprichtte van het op de grond gelegen matras, kwam ik tot de schokkende observatie dat er aan het voeteneinde zeker vijftig stuks afgeknipte nagels lagen. Schijnbaar knipte die jongen zijn nagels zittend in het bed en liet ze daar vervolgens liggen. Het nagelkerkhof was vond ik van een onbeschrijfelijke naargeestigheid.
Sinds vandaag weet ik dat ik me op dat moment eigenlijk in het Paradijs bevond.