dinsdag 24 april 2012

Episch II


 
Een vriend wees me op dit artikel in The New York Times over biograaf Robert Caro.  Ik heb diens boek ‘Power Broker’ over de architect Robert Moses die de New York Bronx expressway aanlegde, thuis liggen. Een intimiderend dikke pil waar ik al enige pagina’s in heb gelezen, maar bewaard heb voor later. Stom natuurlijk want dat ‘later’ komt nooit. Gisteren noemde ik het begrip ‘episch’ in verband met het werk van kunstenaar Matthew Day Jackson. Maar dat is kinderspel vergeleken met het werk dat Caro momenteel verzet bij het schrijven van de meerdelige biografie over Lyndon Johnson. Dit las ik in het artikel geschreven door Charles McGrath: ‘In other words, Caro’s pace has slowed so that he is now spending more time writing the years of Lyndon Johnson than Johnson spent living them, and he isn’t close to being done yet.’
Caro heeft zijn leven in het teken gezet van het schrijven van biografieën van anderen. Een fascinerende figuur die als geen ander weet hoe macht werkt zonder zelf machtig te zijn. Wat me voor Caro inneemt, de reden dat ik de Power Broker weer ga lezen is zijn opmerking dat hij helemaal niet van plan was om biograaf te worden:  There was never a plan,” Caro said to me, explaining how he had become a historian and biographer. “There was just a series of mistakes.”