donderdag 31 oktober 2013

Sport als wapen


















Sport verbroedert, zeggen ze altijd. Ik heb dat nooit begrepen. De essentie van sport is strijd, geen verbroedering. Je wilt elkaar afmaken, althans als je een goede sporter bent. Sport verbroedert, de Olympische gedachte, het is om doodziek van te worden. Sport is een politiek economisch complex geworden waar allerlei belangen een rol spelen. Bekende Nederlanders kunnen zich kwaad maken over Poetin, zoals ze vier jaar daarvoor deden over de mensenrechten in China. Alsof we politiek nader tot elkaar kunnen komen door middel van sport. Onzin. Sport verbroedert wel, maar dan op Nationaal niveau, of bijvoorbeeld onder supporters. We zullen hard moeten knokken in Sotsji voor gouden medailles en misschien kan het geen kwaad om de tegenpartij alvast van doping te beschuldigen. Sport verbroedert omdat er een duidelijke vijand is. De tegenpartij, of misschien zelfs Poetin. In de jaren zeventig en tachtig was sport een wapen in de koude oorlog. Er is niets veranderd. We kunnen de Russen alleen laten voelen dat er met ons niet te sollen valt als Sven Kramer iedereen daar aan flarden schaatst. Van mij mag dat met doping gebeuren want dat gebruiken zij ook, ik weet het zeker.