vrijdag 15 november 2013

Onder Professoren

Gisteren was ik bij de promotie van en vriend in Groningen. Het ging over het beeld van de schelm in laat zestiende-eeuwse Spaanse roman. De promotor van mijn vriend kwam de zaal binnen met een blauw oog. De promotie ging goed, maar het blauwe oog was een favoriet onderwerp om over te praten. Zeker op het feest dat ‘s avonds plaatsvond en waar de professor met het blauwe oog niet bij was.’ Ik dacht eerst dat hij oogschaduw op had,’ zei een professor. ‘Ja dat had hij ook moeten doen, dan waren beide ogen tenminste blauw geweest. Een echte schelm had dat gedaan,’ zei een ander. Niemand geloofde echt het verhaal dat hij gisteren een kastje had verplaatst en dat hij dit tegen zijn oog had gekregen. Althans dat was mijn indruk. Misschien geloofde men het ook wel, maar had men het vermoeden dat ongeluk het gevolg was van drank inname.  Niemand zei dit, maar aan een half woord en een opgetrokken wenkbrauw heb ik genoeg.  Ik waande me in een roman van Willem Frederik Hermans.  
Hier ligt een schone taak voor bovengenoemde dokter in de letterenen en specialist op het gebied van de Spaanse schelmenroman. Het wordt tijd voor een nieuwe ‘Onder Professoren'.

woensdag 13 november 2013

Robinson Crusoe

In de Volkskrant lees ik het verhaal van Gerard Reins. Hij kon op zijn 42ste nog niet lezen en schrijven. Ze hadden het ooit wel met hem geprobeerd, maar hij kon de letters niet uit elkaar houden. Tot voorkort wist hij zich wel te redden. Als er iets ingevuld moest worden op het gemeentehuis deed hij zijn arm in een mitella. Beter lichamelijk gehandicapt dan geestelijk gehandicapt is hierbij de redenering. Hij was bang om dom gevonden te worden. Nu is hij het alsnog aan het leren. Dat kwam omdat zijn dochtertje hem erop betrapte dat hij het niet kon en zij hem dus al aan het inhalen was. Dat wil je niet; voorbij gestreefd worden door een zes jarige. Dit bewijst dat een goede motivatie het belangrijkste is. Ik heb ook heel lang niet de letters uit elkaar kunnen houden. Het alfabet heb ik uiteindelijk geleerd met letters van schuurpapier. Ook met lezen heb ik lang gewacht. Voor boomhutten heb je geen zinsconstructies nodig. Op een dag zag ik een groot informatiebord en het leek me fantastisch als die grote brei, die wolk aan woorden, ineens betekenis zouden krijgen. Toen ben ik gaan lezen. Mijn eerste boek was het verhaal Robinson Crusoe van Daniel Dafoe. Ik heb er de hele zomer over gedaan. Voor de rest denk ik dat de computer mijn redding is. De computer is een digitale mitella. Daardoor lijkt het allemaal minder erg. Er zit een spellingscontrole op.

dinsdag 12 november 2013

Betekenis

Laatst zag ik een stukje van de documentaire Room237, over Kubrick’s film The Shining.
Mensen schijnen de meest uiteenlopende theorieën te hebben over waar die film (verfilming van Stephen King' boek) eigenlijk over gaat. Voor de een gaat het over de afslachting van de indianen omdat er een blikje in beeld komt waar een indiaan op staat. De ander ziet een verwijzing naar de Holocaust omdat de schrijfmachine waar Johnny (Jack Nicholson) op schrijft van een Duits merk is en omdat de Holocaust zich onderscheidde door z’n administratieve en systematische karakter. Veel mensen ( het zijn vaak academici) beginnen met te zeggen dat de film ze tegen viel. Ze hadden er meer van verwacht. Dit ko het toch niet zijn?  Dus gingen ze nog een keer kijken. Ik denk dat de aanvankelijke teleurstelling misschien wel de belangrijkste drijfveer is voor deze (over)interpretaties. De zoektocht naar betekenis om de leegte te bestrijden. Sommigen konden ook heel goed verklaren waarom zij die dingen wel zagen en anderen niet. Dat is misschien toch de definitie van ware kunst. Dat het net lijkt alsof het kunstwerk ons als individu aanspreekt, alsof jij net iets  anders ziet dan de rest. Ja, we zijn instaat te denken dat de ware betekenis van de film  alleen tot ons is doorgedrongen.  Wat niet wil zeggen dat Kubrick die ware betekenis er ook bewust ingestopt heeft, maar dat maakt het ook tot een kunstwerk.  



maandag 11 november 2013

Huiselijk gesprek



‘Jij bent eigenlijk een aso op z’n El Bulli’s.'
‘Hoezo?'
‘Nou, de chef van  El Buli, die kon het vulgaire eten zoals een spaanse tortilla brengen als een spannende schuimcocktail. Hij maakte het culinair.
“Ja, ik weet wat El Bulli is.”
“Nou, jij draagt dus een soort sportschoenen, type nike air, maar dan net een tikkeltje anders. En je hebt een hemdje aan met een tijgermotief, maar op een smaakvolle manier. Iets subtieler en zwart wit. Snap je. Smaakvol met ordinaire middelen…”
“Ik weet niet of dit een compliment is.”
“Vergeleken worden met de chef van El Bulli? Dat is altijd een compliment.”

zondag 10 november 2013

Aanmodderen

In de Volkskrant staat een leuke column van Martin Sommer over het maakbaarheidsideaal in het huidige tijdsgewricht. Hij sneed het thema aan naar aanleiding van de Van der Leeuw lezing, drie weken geleden gehouden door Guy Verhofstadt in Groningen. Verhofstadt is liberaal, maar ook een maakbaarheidsdenker pur sang. In de Groningse Martinikerk zaten veel PvdA bestuursleden. Ze klapten het hardst en zijn dan ook de laatste gelovigen van dit idee.  Maakbaarheid is moeilijk in een wereld waarvan de toekomst in sterke mate onvoorspelbaar is geworden. Je kan dan wel met het grote gebaar aankomen zoals bijvoorbeeld een Groninger Forum neerzetten. Maar wat moet erin ? In arren moede wordt gekozen voor de bibliotheek. Dat heeft al een gebouw, maar dat lijkt bijzaak in het groots en meeslepend denken. Zoals Sommeer terecht opmerkt weten we helemaal niet of bibliotheken nog nodig zullen zijn in de nabije toekomst. Zijn advies aan alles en iedereen is: blijven aanmodderen. In het klein wel te verstaan. Dat is toevallig ook mijn eigen levensmotto.

Overigens maakte onderzoeker Martijn Duineveld en filmer Bjorn Eerkes een film over dit fenomeen van grote niet te stoppen plannen. De documentaire heette de nuloptie, bekijk hem hier
De film heeft Groningen als onderwerp, maar dit gebeurd in heel Nederland. 

zaterdag 9 november 2013

Onderzoek

John Coetzee omschrijft in een voorwoord van een boek van John Higgins, Academic Freedom in a Democratic South Africa, zijn zorgen over de toekomst van de universiteit:

‘There are two main reasons for my pessimism. The first is that you somewhat underestimate, in my opinion, the ideological force driving the assault on the independence of universities in the (broadly conceived) West. This assault commenced in the 1980s as a reaction to what universities were doing in the 1960s and 1970s, namely, encouraging masses of young people in the view that there was something badly wrong with the way the world was being run and supplying them with the intellectual fodder for a critique of Western civilisation as a whole.’

De vraag is of de universiteiten wel de beste plekken zijn om het kritische denken te ontwikkelen. Onderzoek op de universiteit moet vooral geld opleveren. Misschien vindt het meest interessante onderzoek wel buiten de universiteit plaats. Denk aan kunstenaars en schrijvers die de wereld intrekken en vragen stellen. De intellectuele munitie halen ze wel van online colleges zoals bij Mooc en de Universiteit van Nederland of de yale open courses. Die colleges zijn gratis en gaan soms gepaard met diploma’s. Maar goed, wat heb je eigenlijk aan diploma's?

vrijdag 8 november 2013

Bedelboek


Van een vriend leende ik ‘The Panhandler’s handbook’ geschreven door ene Omar the Beggar. Een hilarisch boekje uit de jaren zeventig met tips en tricks over hoe je op straat kan overleven en geld kan verdienen. In dit geval New York. Zo wordt het verhaal van ene Hector verteld die als afwasser in een chique restaurant werkte, maar hier op een dag werd ontslagen omdat hij uit verveling rauwe kikkerbilletjes in een salade had gedaan (van niemand minder dan henry Kissinger). Hij moest z’n zijn uniform inleveren en zo liep hij  naakt naar buiten. Bij de busstop had hij alleen een New York Daily News als minimaal kledingstuk. Mensen vroegen wat er was gebeurd en hij vertelde het hun. Zo gaven ze hem geld. Zoveel uiteindelijk dat hij met de taxi naar huis kon. Later is hij op advies van Omar express naakt de straat opgegaan om zo geld te verdienen met het verhaal van zijn ontslag. 
Omar the Beggar blijkt een verzinsel te zijn van Alan Abel. Een man van vele media hoaxen in de traditie van Andy Kaufman. Een van zijn sterkste is misschien wel de vereniging tegen naakte dieren uit 1959. Hij gaf 200 interviews in een jaar tijd voordat hij toegaf dat zijn kruistocht tegen naakte dieren, dat hij zelfs op tv heeft mogen vertellen, een grap was. 

La Grande Bellezza

De hoofdpersoon in de film 'La Grande Bellezza' was een schrijver, ooit, maar met schijven is hij opgehouden. In plaats daarvan is hij de koning geworden van het ‘mondaine leven’. Koning van de leegte. Ooit zocht hij de grote schoonheid en dat lijkt hij in zijn enige roman aardig bereikt te hebben. Zelfs een non uit Afrika kon zich het boek herinneren. Iets is er in de schrijver gebroken, al lijdt hij daar niet onder.  Hij heeft alleen het besluit genomen niet langer naar die grote schoonheid opzoek te gaan, maar te kiezen voor de  esthetiek van het nachtleven. Het is een trucje, om de tijd door te komen, daarna verdwijn je. 


donderdag 7 november 2013

Zoutgrot

Voor een onderzoekje naar wellness in Nederlands was ik gisteren in de Schieweg te Rotterdam. Er zijn opvallend veel verzorging en wellness georiënteerde winkels. Het meest werd ik geïntrigeerd door de zoutgrot. Daar kan je heen voor halotherapie. Je neemt plaats in een met zout gedecoreerde ruimte en dan wordt er fijngemalen zout die ruimte in geblazen. ‘Een uur in de zoutgrot staat gelijk aan een week aan zee,’ vertelde de als zuster verkleedde assistente. Geen overbodige luxe want de Schieweg schijnt de meest vervuilde straat van Rotterdam te zijn. Hier werd de hoogste concentratie aan fijnstof van de hele stad gemeten. Het aardige meisje bij de balie zei dat ik de enige klant was geweest die dag. ‘Het was heerlijk,’ zei ik tegen haar.’ Mijn longinhoud is haast verdubbeld.’ Ik weet ook niet waarom ik dit zei. Buiten regende het. Iemand moest opgebeurd worden.

dinsdag 5 november 2013

Doping

http://stuyfssportverhalen.files.wordpress.com/2011/12/champioamsterdam.png
Ik ben het boek De fiets van Lautrec aan het lezen van Jan Boesman. Zeer lezenswaardig. Lautrec had zelf graag fietser willen worden, maar dat kon niet want hij was een dwerg.
Te korte armpjes en beentjes. Hij tekende veel fietsers en affiches voor fietsmerken. Hij dronk ook veel en dat deden de wielrenners ook. In de begin dagen van het wielrennen dacht men dat alcohol stimulerend werkte. Dat niet alleen. Ze name ook cocaïne en opium. Dat was normaal toen. Dit boek gaat volgens de kaft over het eerste doping schandaal in de geschiedenis. Een Franse arts uit die tijd Tissie signaleerde voor het eerst het probleem met stimulerende middelen. Hij zei ook: ‘de sporter is een ziek persoon’.