Posts tonen met het label oorlog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oorlog. Alle posts tonen

donderdag 31 oktober 2013

Sport als wapen


















Sport verbroedert, zeggen ze altijd. Ik heb dat nooit begrepen. De essentie van sport is strijd, geen verbroedering. Je wilt elkaar afmaken, althans als je een goede sporter bent. Sport verbroedert, de Olympische gedachte, het is om doodziek van te worden. Sport is een politiek economisch complex geworden waar allerlei belangen een rol spelen. Bekende Nederlanders kunnen zich kwaad maken over Poetin, zoals ze vier jaar daarvoor deden over de mensenrechten in China. Alsof we politiek nader tot elkaar kunnen komen door middel van sport. Onzin. Sport verbroedert wel, maar dan op Nationaal niveau, of bijvoorbeeld onder supporters. We zullen hard moeten knokken in Sotsji voor gouden medailles en misschien kan het geen kwaad om de tegenpartij alvast van doping te beschuldigen. Sport verbroedert omdat er een duidelijke vijand is. De tegenpartij, of misschien zelfs Poetin. In de jaren zeventig en tachtig was sport een wapen in de koude oorlog. Er is niets veranderd. We kunnen de Russen alleen laten voelen dat er met ons niet te sollen valt als Sven Kramer iedereen daar aan flarden schaatst. Van mij mag dat met doping gebeuren want dat gebruiken zij ook, ik weet het zeker. 

dinsdag 5 februari 2008

Oorlog en Stopverf

Jean-Christian Bourcart: "Collateral", een serie foto's van getraumatiseerde Irakese kinderen geprojecteerd op huizen en shoppingmalls in New York State (2005).

Over de vraag waarom hij betrekkelijk vaak naar oorlogsgebieden reist zei Arnon Grunberg vanmorgen in de Volkskrant het volgende: “Oorlog is uiteindelijk wat werkelijk ingrijpt in levens en wat levens veranderd. Als er gesproken wordt over verandering, waarover veel wordt gesproken, moet je toegeven dat wat werkelijk verandering teweeg brengt oorlog is. Zij het niet altijd in positieve zin.”
Rampen hebben de goede eigenschap om op genadeloze wijze de menselijke natuur bloot te leggen. Maar terwijl oorlogen, armoede en natuurrampen vaak zijn gebruikt als uitgangspunt voor een roman, lees je zelden iets over financiƫle paniek. Hierover verbaast ook John Kenneth Galbraith zich in The Great Crash. Hij zegt het te betreuren
dat het jaar 1929 vooral wordt gezien als het domein van de economie terwijl er een hoop andere dingen aan de hand waren waarover men zich kon verwonderen: ‘ In particular, it was one of those years that marvellously illuminate human motives and the very wellsprings of human behavior.’
Maar mocht Grunberg zich daarvoor interesseren, en waarom ook niet, dan hoeft hij in ieder geval niet de grens over want met een beetje geluk voltrekt die financiƫle ramp zich slechts tientallen blokken bij hem vandaan, in down town New York.
Vanmiddag had ik een gesprek bij bureau Optrek (www.optrektransvaal.nu) over een essay dat ik ga schrijven over een workshop waar een aantal genodigden gaan brainstormen over nieuwe ‘tijdelijke concepten’ voor de invulling van wijken die op de nominatie staan om te worden gesloopt. Ik ben benieuwd wat eruit komt. Iemand waarschuwde mij al dat kunst vaak wordt gebruikt als stopverf van de maatschappij.
Terwijl toegepaste kunst in de wederopbouwperiode nog onderdeel van het gebouw was, een gesammtkunstwerk vormde, lijken veel concepten nu eerder te gaan over stuc en plakwerk, een dichtsmeren van gaten en opvrolijken van sloopwijken door schilderingen op dichtgetimmerde huizen. Zo praten we over verandering en houden we elkaar net als met oorlog, lekker bezig. Zonder oorlog, rampen of herstructureringsplannen zouden we ons waarschijnlijk kapot vervelen. Terwijl creatieve broedplaatsen zich met Europese subsidies als kleurrijke fungi in verlaten fabriekspanden nestelt, is de oorlog buiten Europa het enige wat werkelijk verandering teweeg brengt. Zij het niet altijd in positieve zin, maar dat geldt ook voor kunst.