Posts tonen met het label kunst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kunst. Alle posts tonen

dinsdag 26 januari 2010

Aardbevingkunst



Afgelopen zondag was ik bij een opening van een nieuwe projectruimte van Heden (een kunstinstelling in Den Haag). De projectruimte wordt Hier genoemd wat voor de wethouder van cultuur en financiën, Marieke Bolle, aanleiding was om allerlei gênante en veel-te-voor-de-hand-liggende woordspelingen te maken. Zoals: 'Hier gebeurd het' en 'Hier moet je zijn'. De installatie vond ik in eerste instantie leuk en prikkelend omdat er de ruimte leek te zijn opgebroken, bovendien kon je er in.Ik houd van dingen waar je in kan en waar je de kans loopt gewond weer uit te komen. Ik vond alleen het verhaal dat de kunstenaar, Andre Kruysen, hield een beetje mager. De installatie, zie foto hierboven, heet op=op. De titel slaat op het reclame materiaal dat hij tijdens zijn verblijf allemaal binnenkreeg. Achteraf begreep ik dat Kruysen zich vooral laat inspireren door 'sociale sculpturen', grofvuil en gestapelde oud papier dozen. De komende drie maanden gaat hij verder bouwen aan deze transformatie van de ruimte. Zelf houd ik ook erg van het grofvuil dat zich op sommige dagen als een archipel van unieke eilandjes door de stad slingert. Toch kon ik het niet nalaten om tegen een medewerker van Heden te zeggen, dat het me wel heel erg deed denken aan het vocabulaire dat de deconstructivisten hanteerden in de jaren tachtig. 'En wat dan nog', was de korzelige, ietwat geïrriteerde, reactie van de medewerker. Ik stamelde dat het toch op zijn minst genoemd moest worden en droop toen af. Wat ik achteraf natuurlijk had moet zeggen, is dat deze aardbevingkunst zo vlak na Haïti misschien niet zo smaakvol is, maar ja, dat bedenk je altijd pas achteraf.

woensdag 14 mei 2008

Dutroux II



Jeff koons exposeert met drie beelden op het dak van de MET. Geen ideale locatie om beelden te laten zien. Ze verliezen alle impact door de wijdse omgeving en de skyline, schrijft Freek Staps in het NRC-Handelsblad. “Het bedrijf Koons” maakt decoratieve kunst, zoveel is duidelijk. De NYT spreekt zelfs over een paard van troje dat onschuldig lijkt, maar stiekem een extra lading naar binnen smokkelt. Zo staat het 'ballonhondjes' van drie meter strak van de seksule lading, aldus de times. Als er echter al sprake is van een lading dan is dat vooral de banaliteit die de postmodernist Koons in zijn latere werk onophoudelijk tentoonspeidt. Hij is van de generatie zie besloot dat er geen boodschap meer hoefde te schuilen in kunst.

Enige jaren geleden zag ik de film A Goddess of 1967, over een bemiddelde Japanse jongeling die naar Australië afreist om daar zijn droomauto te kopen. Hij wordt echter opgezogen in de familie geschiedenis van een meisje die hem de auto aanbied, voor niets, als hij vijf dagen met haar en de auto op pad gaat. Toen ik over het drama in Oostenrijk las, dacht ik direct aan deze film. De overenekomsten zijn namelijk verbluffend. Ook daar een avder in ene grot die een aantal kinderen heeft verwekt bij zijn dochter (waarvan het genoemde meisje met de Japanner, er een van is).

De media maakten vooral vergelijkingen met Dutroux. Media die verwijzen naar verhalen die voortkomen uit diezelfde media, is een media die moet worden gewantrouwd. Die beginnen dan namelijk te lijken op postmoderne kunstenaars als Jeff Koons. Want door Josef Fritzl een tweede Dutroux te noemen maak je van hem niet meer dan een opgeblazen balonhondje. Een vergelijk met bovengenoemde film zou wat mij betreft veel releavnter zijn geweest. Ook daar hield een vader zijn dochter gevangen waar hij een aantal kinderen bij had verwekt. Het was een boeiende film waarbij 'het monster' begrijpelijk werd gemaakt. En alleen als we het monster kunnen begrijpen , kunnen we ook het monster in onszelf herkennen.

De rol van kunst zou dus kunnen zijn om het ondenkbare denkbaar te maken. Juist door er een goed verhaal over te vertellen komt een gebeurtenis zoals dat in Amstteten heeft plaatsgevonden angstaanjagend dichtbij. Door kunst banaler te maken dan de werkelijkheid, zoals Jeff Koons dat doet, verliest het juist ieder kritisch vermogen.

dinsdag 5 februari 2008

Oorlog en Stopverf

Jean-Christian Bourcart: "Collateral", een serie foto's van getraumatiseerde Irakese kinderen geprojecteerd op huizen en shoppingmalls in New York State (2005).

Over de vraag waarom hij betrekkelijk vaak naar oorlogsgebieden reist zei Arnon Grunberg vanmorgen in de Volkskrant het volgende: “Oorlog is uiteindelijk wat werkelijk ingrijpt in levens en wat levens veranderd. Als er gesproken wordt over verandering, waarover veel wordt gesproken, moet je toegeven dat wat werkelijk verandering teweeg brengt oorlog is. Zij het niet altijd in positieve zin.”
Rampen hebben de goede eigenschap om op genadeloze wijze de menselijke natuur bloot te leggen. Maar terwijl oorlogen, armoede en natuurrampen vaak zijn gebruikt als uitgangspunt voor een roman, lees je zelden iets over financiële paniek. Hierover verbaast ook John Kenneth Galbraith zich in The Great Crash. Hij zegt het te betreuren
dat het jaar 1929 vooral wordt gezien als het domein van de economie terwijl er een hoop andere dingen aan de hand waren waarover men zich kon verwonderen: ‘ In particular, it was one of those years that marvellously illuminate human motives and the very wellsprings of human behavior.’
Maar mocht Grunberg zich daarvoor interesseren, en waarom ook niet, dan hoeft hij in ieder geval niet de grens over want met een beetje geluk voltrekt die financiële ramp zich slechts tientallen blokken bij hem vandaan, in down town New York.
Vanmiddag had ik een gesprek bij bureau Optrek (www.optrektransvaal.nu) over een essay dat ik ga schrijven over een workshop waar een aantal genodigden gaan brainstormen over nieuwe ‘tijdelijke concepten’ voor de invulling van wijken die op de nominatie staan om te worden gesloopt. Ik ben benieuwd wat eruit komt. Iemand waarschuwde mij al dat kunst vaak wordt gebruikt als stopverf van de maatschappij.
Terwijl toegepaste kunst in de wederopbouwperiode nog onderdeel van het gebouw was, een gesammtkunstwerk vormde, lijken veel concepten nu eerder te gaan over stuc en plakwerk, een dichtsmeren van gaten en opvrolijken van sloopwijken door schilderingen op dichtgetimmerde huizen. Zo praten we over verandering en houden we elkaar net als met oorlog, lekker bezig. Zonder oorlog, rampen of herstructureringsplannen zouden we ons waarschijnlijk kapot vervelen. Terwijl creatieve broedplaatsen zich met Europese subsidies als kleurrijke fungi in verlaten fabriekspanden nestelt, is de oorlog buiten Europa het enige wat werkelijk verandering teweeg brengt. Zij het niet altijd in positieve zin, maar dat geldt ook voor kunst.