Posts tonen met het label Stroom. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Stroom. Alle posts tonen

vrijdag 26 februari 2016

De fotograaf als medium


Ik was vandaag bij een besloten bibliotheek sessie van Stroom. Dat klinkt heel mysterieus, maar is eigenlijk een gezellig theekransje waarbij een hoofdgast zijn meest recente publicatie bespreekt en zijn inspiratiebronnen toont. Dit keer was de hoofdgast Maurice van Es. Zijn foto’s gaan over momenten en over de onmogelijkheid van fotografie. Wat leg je eigenlijk vast als je een foto maakt? Iets dat voorbij is. Alle fotografie is post mortem fotografie. Maurice houdt het in eerste instantie dichtbij huis. Zijn puberende broer die telkens uit beeld loopt, een stapeltje handdoeken die zijn moeder heeft gemaakt, zijn vader die hem telkens weer op komt halen (zijn moeder wilde niet dat hij zijn rijbewijs haalde, vandaar). Hij citeerde Borges die in een voorwoord van een dichtbundel schrijft dat de scheidslijn tussen de schrijver en de lezer minimaal is en op toeval berust. Zo is ook Maurice toevallig de fotograaf en wij de toeschouwers. Daar is niets bijzonders aan, zo is het nou eenmaal gekomen.

Hij maakte ook een boek over het huis van Spaanse diplomaten. Het was bedoeld als herdenking aan hun tijd in Nederland. Hij kreeg van een dochter de sleutel van het huis en maakte foto’s van details, een muur, een deurknop een sleutelbos. Als je het boek ziet, dan denk je dat er een medium aan het werk is geweest. Iemand die met een talisman door het huis is geslopen en foto’s heeft gemaakt van vreemde plekken waar zich herinneringen hebben opgehoopt. Niet die van hemzelf, maar die van de vertrokken diplomaten. Een onmogelijke opdracht natuurlijk, maar Maurice laat zien dat het streven naar onmogelijkheid mooie dingen oplevert.

zaterdag 14 januari 2012

Worst


Vandaag was ik bij de opening van Food Forward, een tentoonstelling ter afsluiting van een meer jaren programma van Stroom Den Haag over de invloed van voedsel op onze cultuur. Voordat de deuren opengingen werden de deelnemende kunstenaars geïnterviewd. Een van hen, de Ier John O’shea, is een vegetariër met heimwee naar de black pudding (bloedworst). Voor Stroom ontwikkelde hij, inclusief een steekhoudend business model, de mogelijkheid om black pudding te maken zonder het dier te doden.Bloedworst gemaakt door middel van bloedtransfusie. Dit toont wat mij betreft aan dat het vegetarianisme een snobistische kant opgaat (als het dat niet altijd al was). Terwijl bloedworst vroeger een bijproduct was van het slachten, gewoon omdat we niet graag iets weggooien, worden dieren nu buiten de voedselketen gehouden en hoeven ze alleen zo nu en dan naar de bloedbank. Deze worst is uiteraard niet te betalen, maar je kan er volgens O'shea wel een schoon geweten aan over houden. Dat is maar de vraag, de footprint van deze dieren is waarschijnlijk vrij hoog, je moeten ze eten geven en ze produceren mest, maar het rendement is tamelijk laag. Wat in dit geval goed is voor de vegetarier is slecht voor het milieu.
 
Het meest surrealistische werk dat werd tentoongesteld was van Arne Hendriks, die al een aantal jaren geleden een project lanceerde dat hij ‘The incredible shrinking man’ noemt.
De vraag is eigenlijk: wat als we maar 50 centimeter hoog zijn? Dan kunnen we van een bloemkool met tien man eten, is zijn redenering. Het is een gedachte-experiment die hij tot het uiterst doorvoert. Surrealistisch? Hij vindt zelf van niet, want we worden ieder jaar wel langer met z’n allen, waarom zouden we dan ook niet kleiner kunnen worden?