Vandaag was ik in het Groningse stadspark om de troepen te ontmoeten die een gevecht hebben nagespeeld op de Paterswoldse weg in het kader van 70 jaar bevrijding van Groningen. De Duitsers zaten niet kameraadschappelijk bij de andere acteurs, maar op een speciale plek achter zwarte schermen. We begrepen dat die schermen waren geplaatst omdat mensen anders misschien zouden kunnen schrikken. De Duitse troepen wilden ook absoluut niet met ons praten. Ze zijn zoveel jaar later nog steeds bang voor een slecht imago. Niet praten en zwarte schermen dragen natuurlijk alleen maar bij aan de fascinatie voor de wehrmacht.
vrijdag 10 april 2015
donderdag 9 april 2015
Oorlog als modeshow
Als voorbereiding op de Tweede Wereldoorlog, waarvan het einde morgen groots wordt herdacht in Groningen en waar ik verslag van zal brengen, lees ik Culture of war van historicus Martin van Creveld. Hij schrijft dat ook oorlog een cultuur voortbrengt en zoals dat met alle cultuur het geval is kun je ook bij de cultuur van oorlog constateren dat het merendeel valt onder spel. Hij vervolgt dan in zijn eerste hoofdstuk een hilarische uiteenzetting over de buitengewoon onpraktische, maar spectaculaire wijze van uitdossen op het slagveld door de eeuwen heen. Volgens Van Creveld was er in 1396 in Nicopolis (zie plaatje hierboven) zo’n onderlinge competitie tussen de Christelijke ridders over wie het mooiste harnas had dat het leger er eerder uitzag als een verkleed feestje. Het schijnt dat Britse officieren zelfs nog tijdens de slag van Waterloo op het slagveld werden gezien in de volle dracht van hun gala uniform dat ze de avond ervoor nog hadden gedragen op een bal in Brussel.
Van Creveld verklaart dit gedrag vanuit de handicap theory. Het stamt uit de jaren zeventig en is oorspronkelijk bedoeld om het gedrag van vogels te verklaren. Kijk naar pauwen met hun enorme verenpracht. Die zijn ook niet bepaald functioneel. ‘Males, in our case uniformed males, must demonstrate their strength and vitality so as to attract mates and deter rivals. To do so they must engage in types of display that are not essential for survival. This applies to war just as much as it does to love.’
Of zoals een vriend van mij altijd zegt: 'Als de Tweede Wereldoorlog een modeshow was geweest, dan hadden de Duitsers gewonnen.'
woensdag 8 april 2015
Agenten
Kleurenblind

Vanavond sprak Arnon Grunberg met Zadie Smith in de Balie. Een gesprek dat op gang moest komen. Of ik moest op gang komen, dat kan ook. Het ging onder andere over ras en identiteit. Je kunnen afvragen wie of wat je bent, is een luxe vraag. Als je zwart bent of half zwart dan draag je zo’n lange geschiedenis aan non-identiteit met je mee dat je geen tijd hebt voor Duits existentialisme. Je bent in eerste instantie bezig met het bewijzen dat je geen crimineel bent. Veel blanken zijn kleurenblind, die zien niet dat dit een probleem kan zijn voor iemand met haar achtergrond. Zadie Smith zegt dat ze juist wel gezien wil worden als die zwarte vrouw uit London, juist omdat het een deel van haar identiteit is. Het tegenovergestelde van racisme is dus niet dat je blind bent voor de raciale achtergrond van de ander.
maandag 6 april 2015
Participatiegekte
Vanmiddag was de denker de vaderlands Marli Huijer even op de radio. Ze werd gevraagd naar haar mening over de toename van verwarde mensen op straat. Het schijnt te komen door de decentralisering van de zorg. Wat we hier zien is de participatiesamenleving in bedrijf. Mensen moeten zelfredzamer worden en daardoor zullen er ook meer verwarde mensen semizelfredzaam op straat rondlopen. Huijer gaf aan dat de vraag wat we met onze gekken aan moeten een kwestie blijft waar de samenleving mee worstelt. In de middeleeuwen wilden we ze op een narrenschip zetten, later werd bedacht ze op te sluiten, weer later moesten ze geïsoleerd van de maatschappij worden behandeld en nu lopen ze dus weer op straat. Dit lijkt me alleen maar toe te juichen. Het is volgens Huijer sowieso de vraag wat precies onder normaal gedrag wordt verstaan. We kunnen ook een hoop plezier beleven aan gekken. Zij herinnert ons bijvoorbeeld aan het werk van Nietzsche dat hij schreef toen hij al waanzinnig was verklaard. Het behoort wat haar betreft tot zijn beste werk.
zondag 5 april 2015
(e-) xperience
Een van de Skype mensen zegt niet langer met een plek verbonden te zijn, maar hij is juist ‘extremely connected’ met de wereld. Het zette me aan het denken over wat dat dan eigenlijk betekent ‘to be connected’ ? Zijn cyber-ervaringen net zo echt als ervaringen in het echte leven? Als we een boom ervaren via skype is dat dan net zo waardevol als in het echt? Ik vermoed van niet, al zeggen sommige cognitieve wetenschappers dat onze ervaringen toch niks met de werkelijkheid te maken hebben. Het zijn van die Dick-Swaab- achtige fantasieën van mensen die denken dat alles neurologisch uit te leggen is en ons hoofd niet meer dan een illusiefabriek te noemen is. Die boom is trouwens een verzameling moleculen die op een bepaalde manier geprogrammeerd zijn. Niets meer, niets minder. Een groot misverstand. Op de Stone lees ik een mooi stuk over Heidegger. Heidegger maakt geen onderscheid tussen het fysieke en mentale. Hij ziet het mentale als een gebeurtenis in de wereld. De ervaring van een boom is dus een van de vele manifestaties van die boom. Het zijn ook werkelijke manifestaties. Die Skype boom hoort daar dan dus ook bij. Heidegger zegt echter ook iets over aandacht. Wie meer aandacht schenkt aan de boom, krijgt daar een diepere band mee en kan de relatie met de boom dus ook beinvloeden. Hetzelfde geldt uiteraard voor menselijke relaties. Het is de vraag of het Skype gesprek voldoende is om aandacht te genereren en voldoende diepgang om 'in de wereld te zijn', zoals Heidegger dat noemt.Maar misschien ben ik wel conservatief.
zaterdag 4 april 2015
Paardenwereld
Tijdens het hardlopen kom ik altijd langs Duindigt. Een oud oord reeds, waar nog altijd paardenraces worden gehouden. In het weekend zie je overal mensen met paarden. Ik zag twee meisje op merries met hun blonde staarten bijna tot op de grond. De paardenstaarten, bedoel ik. Ook was er een dwergman met een hoog voorhoofd die een minipaard rondjes liet draven aan een teugel. Een kind keek toe. Het is een wereld waar ik wekelijks langs schamp en waar ik een zekere magie proef. Een vleugje maar, daarna ben ik weer weg.
Vluchtgedrag
Het mooie aan de film Turist was de fysiologie van het skioord. De sneeuwkanonnen, de sneeuwschuivers, het hotel, de liften. Ze kwamen verstild in beeld als de mechanische ingewanden van de toeristenindustrie. Alles gaat hier over controle. We zien een gezin op vakantie. In de film werden de dagen van de ski-week afgeteld. De dagen duurden eindeloos. De kern van het verhaal is de lawine die het gezin is voor de helft van de week overvalt als ze in een restaurant zitten. De man vlucht. In zijn eentje. Dit leidt tot een crisis in het gezin. Ook andere relaties komen even onder druk te staan. Wat zou jij doen in zo’n geval? Dat vraagt iedereen zich af. Arnon Grunberg schreef in een voetnoot dat we eerst deze film moesten zien en daarna Heat. Twee verschillende vormen van vluchten komen aan bod. In Heat heeft Robert de Niro alles. Hij is ontkomen en is op weg naar het vliegveld met een mooie vrouw. Toch keert hij terug. Vluchten kan, maar wel onder zijn eigen voorwaarden, blijkbaar. Hij moet eerst nog zijn verrader omleggen. Dan gaat het mis. Natuurlijk. Wat zou de moraal zijn? Vlucht de man altijd alleen, als het erop aankomt? Is wraak belangrijker dan het meisje?
vrijdag 3 april 2015
Oppenheimer's Monument
Vanavond heb ik ‘The Look of Silence’ gezien. Het vervolg op de documentaire ‘The Act of Killing, een tweeluik over massamoord op de communisten in Indonesië tussen 1965 en 1970. De eerste film was bij tijd en wijle surrealistisch en gaf mooi de vermenging aan tussen de rauwe daden en de fictie die de moordenaars er zelf van gemaakt hebben. Bij The Look of Silene gaat een jonge opticien bij oude mensen langs die de beulen van zijn broer zijn geweest. Niemand heeft spijt, in tegendeel hij wordt opnieuw bedreigd.
De films getuigen van een nauwe betrokkenheid van Oppenheimer bij zijn onderwerp. Veel beulen geven blijk van hun teleurstelling als ze erachterkomen dat hij niet per se op hun hand is. Hij krijgt het telkens weer voor elkaar om een diepe intimiteit met zijn onderwerp in beeld te vertalen.
Naast mij zat een jonge Indonesische vrouw. Ze kende wel de verhalen over het vermoorden van communisten, maar het was nog nooit zo bij haar binnengekomen. ’We hadden wel eens gehoord dat de beulen het bloed dronken van hun slachtoffers, maar we dachten dat het werd verteld om ons bang te maken. Maar nu zie ik dat ze het echt deden.’
We hebben nog even met haar aan een tafeltje gezeten om na te praten. Een vriendin, ook Indonesisch kwam langs. Deze vriendin zei doodleuk dat alles gelogen was. Ongelofelijk alsof de film gewoon doorging. Ook in het licht van de feiten, de beulen die uitgebreid vertelden hoe het doden in zijn werk ging, zijn mensen instaat deze wandaden te ontkennen. Het meest opvallende aan beide films is nog steeds het feit dat de beulen luidkeels opscheppen over het bloed dat ze aan hun handen hebben. Dat kan alleen in een land waarin deze massamoord op de communisten wordt gezien als iets dat nou eenmaal moest gebeuren. Het was niet verkeerd.
De film zou getoond worden in de universiteit van Yogyakarta, maar de decaan is bedreigd en de paramilitaire organisatie Pemuda Pancasila heeft de filmrol in beslag genomen. De moordenaars zitten nog overal en in de hoogste rangen.
Oppenheimer heeft niet zomaar twee documentaires gemaakt, is mijn indruk, hij heeft met deze films een monument opgericht dat wellicht kan helpen bij het verwerken van dit nationale trauma. Hoezeer deze moorden ook worden ontkent. Deze films gaan nooit meer weg.
woensdag 1 april 2015
Steden zonder mensen
Het blijft wonderlijk dat er in China steden worden gebouwd waar niemand woont. Neem de stad Kangbashi, officieel heeft het na Shanghai de rijkste inwoners van het land. Een land dat wordt heringericht volgens het 'consumer model'. Deze nieuwe steden hebben geen fietspaden meer zoals Beijing dat nog wel heeft. In de nieuwe steden wonen geen arme mensen meer, sterker nog, er woont helemaal niemand.
Abonneren op:
Posts (Atom)

