donderdag 30 april 2009

OB. een ruuimte met daarin een persoon


‘Het is wel wat verwarrend voor sommige mensen als ze hier binnen komen en een reguliere tentoonstelling verwachten.’, zei een journalist van Archined vandaag tegen mij. Ik legde haar uit dat het hier om een expo gaat waarvoor je de tijd moet nemen. De bezoeker zal geen kant en klare brokstukken treffen, maar treft een ruimte met daarin een persoon. Dat is waarmee het begint. Er is een keuze; spreek ik die persoon aan of niet? Waar is die keuze op gebaseerd? Wat zegt dat over mij en mijn verwachtingspatroon? Natuurlijk zit niet iedereen daar op te wachten, maar het gesprek is nu eenmaal de beste manier om het werk van het Observatorium te begrijpen. Niet het beeld in het landschap heeft betekenis, maar betekenis ontstaat in het gebruik ervan. De bezoeker bouwt ongemerkt mee aan de tentoonstelling.

woensdag 29 april 2009

Hafners Paradijs


Op de VPRO werd vanavond een documentaire uitgezonden rondom de nazi Paul Hafner. Een in Spanje woonachtige ex obersturmtruppenfuhrer. In de VPRO gids wordt aangekondigd dat de man zichzelf in de loop van de documentaire langzaam ontmaskert. Maar het is nauwelijks aanstootgevend te noemen dat de man de holocaust ontkent. Zo zegt hij dat Hitler de joden naar Auschwitz stuurde om ze te beschermen tegen de bombardementen van de Britten. Maar dat zijn zulke algemeenheden dat het nauwelijks belangwekkend genoemd kan worden. We komen maar weinig over de man zelf te weten. Als er al van ontmaskering sprake is dan school die toch eerder in de jeugdherinnering aan het boerenbedrijf van zijn vader die hij spontaan vertelde. ‘Ik heb eens een mooie boerenknecht het zien doen met een kalf. Ik geloof niet dat het kalf daar echt problemen mee had.’

dinsdag 28 april 2009

Een nuttige bijdrage


Marcel Duchamp bracht een aardverschuiving in de kunstwereld teweeg door ogenschijnlijk triviale objecten als kunst te presenteren. Dit schrijft de NRC Next vandaag in een artikel over ready mades. Je zou ook kunnen zeggen dat met Marcel Duchamp de teloorgang van de moderne kunst in gang is gezet. Na Duchamp deed ambachtelijkehid ineens niet meer ter zake en ging het in de kunst, zoals bij de effectenbeurs, meer om geloof dan een reele waarde. Duchamp is de Pim Fortuyn van de kunstwereld. Hij brak het open, leverde een nuttige bijdrage aan de discussie en bracht daarmee zoveel verwarring teweeg dat niemand nu nog weet wat kunst is.

zaterdag 25 april 2009

Ze waren de kwaadste niet


Vandaag sprak ik een mevrouw die zeer geïnteresseerd was in het monument van het Observatorium bij Terbregge. Als geboren Rotterdamse kent ze die hoek van de stad goed. ‘Daar lagen de puinhopen van Rotterdam, daar ging je dan wandelen met je vader.’
Ik moest denken aan Anton Koolhaas die eens vertelde hoe groen en ruim de stad erbij had gelegen, een paar maanden na de bevrijding. Het puin was bij elkaar geveegd en inmiddels begroeid met planten. Op de vlaktes tussen de huizen die nog overeind stonden, groeide gras. De vrouw vertelde over de buurt waar ze met haar familie woonde, een goede buurt, waar de Duitsers ook graag zaten. Omdat ze uit een grote familie kwam, mocht ze in hun huis blijven wonen. ‘Maar de buren werden eruit gezet en ze bouwden een bunker in de achtertuin. Ja die Duitsers deden in die tijd gewoon waar ze zin in hadden.’
Toch had ze niet echt nare herinneringen aan de dienstplichtigen die in de bunker zaten.
’Als wij langsliepen dan staken ze hun geweren naar buiten, om ons bang te maken. Ze waren de kwaadste niet.‘

donderdag 23 april 2009

Een lekkere plank



Ik vroeg aan de bibliothecaris van Stroom of hij de boeken die hij beheert en aanschaft ook leest. ’Ik ben vooral geïnteresseerd in een lekkere plank.’, was zijn antwoord.

dinsdag 21 april 2009

Vertrutting


Iemand zei:’Er is hier sprake van vertrutting.’ Diegene die het zei komt eens per jaar uit Thailand om een week in Nederland door te brengen. Ik weet niet zeker wat hij ermee bedoelde, maar ik heb wel een vermoeden. Vertrutting is de trend waarbij de noodzaak voor keurig geveeegde stoepjes met hand en tand wordt verdedigd. Dat de stoep ook nog bij een straat hoort en dat die straat deel uitmaakt van de stad ofwel de samenleving, is bij vertrutting niet langer aan de orde. Het beste middel tegen vertrutting is waarschijnlijk om op z’n minst iedere vijf jaar te verhuizen en dan nog het liefste naar het het buitenland.

maandag 20 april 2009

Ik trof hem rokend op de trappen van een kapitale villa


Ik heb eindelijk een kapper gevonden die verder gaat dan alleen het knippen van kapsels. Het is een Syriër en hij heeft een kapsalon in Groningen. Mensen zeggen dat de kapsalon alleen maar een facade is om crimineel geld wit te wassen. Hij zou soms drie uur wegblijven voor de lunch. Een lange lunch lijkt me nauwelijks een goede reden iemand van criminele praktijken te betichten. Maar het intrigeerde voldoende om er een kijkje te nemen. Ik trof hem rokend op de trappen van een kapitale villa waarvan de begane grond was ingericht als kapsalon. Vijfenveertig minuten later kwam ik weer naar buiten met fris kapsel en gladgeschoren kaken. Het was bijzonder aangenaam en ik ben van plan nog vaak terug te komen. Dat is me wel een ritje naar Groningen waard.

zondag 19 april 2009

OB.Treed binnen en vertel me al uw geheimen




Vandaag had ik mijn eerste dag als gastheer in de half publieke, half private ruimte van het observatorium in de expositieruimte van Stroom. Bij de ingang hangt een soort introductietekst waar ik als filosoof wordt bestempeld. Een twijfelachtige en ongemakkelijke titel, waarvan ik niet zeker weet of die wel van op mij van toepassing is. Gastheer is al een stuk beter. De gastheer is iemand die ontvangt en de bezoeker behaagt, onder de voorwaarde dat de bezoeker zich houdt aan de regels van het huis. De bezoeker stapt niet zomaar een expositieruimte binnen, maar een proces waar hij vanaf dat moment ook deel vanuit maakt. U kunt kijken, maar uw gastheer kijkt terug.

vrijdag 17 april 2009

OB04.01. Op doorreis in Trampolineland


De coördinaten van object 2004 leidde mij naar de Hoekse Waard. Ik was er nog nooit eerder geweest en ik werd getroffen door de grote hoeveelheid trampolines in de riante achtertuinen van (voormalig) boeren woningen. Zo fietste ik door trampolineland in de richting van Nieuw Beijerland alwaar ik een haast hallucinerende ervaring had.Deze ervaring werd wellicht verhevigd doordat ik te weinig water had meegenomen, maar de aanleiding was het niet. Op straat liepen drommen van stemmig gekleede mannen, vrouwen en kinderen. De rokken, hoeden en zwarte pakken brachten mij eventjes terug in Brooklyn waar ik ooit op net zo'n straathoek werd omringd door Chassidische Joden. Ik bevond mij duidelijk op het begin danwel eindpunt van de biblebelt. Sommige verlieten gehaast hun huizen, anderen wurmde zich uit zojuist geparkeerde auto’s en iedereen liep in de richting van een kleine bakstenen kerk dat midden in de wijk stond. Ik reed wat doelloos rond, niet goed wetende wat ik verder moest doen. Ik was opzoek naar iets dat ik aan niemand echt kon omschrijven. 'Het kan van alles zijn', vertelde ik de mensen, 'als het maar in 2004 geplaatst is'. In Nieuw Beijerland had ik op aanraden van een mevrouw met labrador (dat moet haast wel de meest gewilde hond in Nederland zijn), bij Steine Boender aangebeld. Steine Boender is een kunstenares en de vrouw met de labrador redeneerde dat zij door haar bovengemiddelde interesse voor kunst wellicht antwoorden op mijn prangende vragen had. Steine was helaas niet thuis. Ik bel haar later als ik via internet een telefoonnummer heb weten te achterhalen. Steine weet er wel iets van zegt ze, maar volgens haar had ik op Het Gors moeten zijn. Het Gors, dat klonk wel als iets dat daar in de buurt kon zijn, maar ik was er niet geweest. Al die andere plekken en weggetjes waren door het vele (om)fietsen in mijn geheugen gegrift. Je hoeft mij niks te vertellen over Vuurbaken, Blindeweg, Dromkreek, Buitenom, Zinkweg of de Kostverlorendijk. Ik ben er geweest, heb de sfeer geproefd, heb met wat mensen gesproken en ben weer weggegaan. Het werd tijd om mijn contactpersoon te bellen. Hanneke Piederiet.

donderdag 16 april 2009

OB06. Dodeneiland


In Groningen stuitte ik per ongeluk op een beeld van John Körmeling in plaats van een werk van het Observatorium. Dat had ermee te maken dat het Observatorium op de opgegeven coördinaten nog niets gebouwd had, maar John Körmeling wel. Later in het CBK van Groningen kon ik het werk dat er wellicht ooit nog gaat komen, virtueel aanschouwen in een soort primitieve oerversie van google earth. Het betrof een presentatie van plannen voor het nog te bouwen Meerstad. De bijdrage van het Observatorium bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft een geluidswal rondom de gaswinningsinstallatie op het kunstmatige eiland in een meer. Die geluidswal moet er toch komen en het Observatorium stelt voor om die van het sloopmateriaal (vrijgekomen bij de bouw van de toekomstige wijk) te maken en dan te overgieten met teer. Deel twee kan pas over 25 jaar gerealiseerd worden als het gas op is. In plaats van de gaswinning kunnen er tuinen worden aangelegd die worden gevisualiseerd als ommuurde paradijstuinen. Het levert het beeld op van een grillige vulkaan met daarin een strak grid van muren waarbinnen de tuinen worden aangelegd. Dit plan verschilt sterk van de
andere projecten die ik heb gezien omdat het gebruikelijke strakke modernisme is losgelaten voor een meer liefelijk modernisme (term is afkomstig van Peter Michiel Schaap en egbruikt in een andere context). Of om in kunsthistorische termen te spreken: Er lijkt een verschuiving te hebben plaatsgevonden van Mondriaans kubisme naar de romantiek van Böklin.