dinsdag 26 januari 2016

Slierten


De Vlaams bouwmeester, hij probeert de architectuur in Vlaanderen te verbeteren, is in een oud winkelcentrum geplaatst. De Ravenstein galerij heet het. Terwijl we met een assistent spraken over zijn bijdrage aan het congres in Groningen, kwamen er stromen aan ambtenaren voorbij. Ze liepen vanaf het station naar de Europese Unie gebouwen. De Ravenstein galerij is wat dat betreft een strategische plek. Ambtenaren van de Europese Unie, daar ontkom je hier bijna niet aan. Ze zijn er ook als ze er niet zijn, merkten we in een Ethiopisch restaurant. Terwijl het restaurant volkomen leeg was, moesten we aan de bar eten. Alles was gereserveerd. En inderdaad, tegen het einde van de maaltijd kwamen ook hier hele slierten aan ambtenaren binnen. In groepen (collega's) zette men zich aan de tafels.

maandag 25 januari 2016

Nieuwe lastdieren


Volgens dit artikel zullen we steeds vaker dieren gaan inzetten voor ons algemeen nut. Niet alleen schapen als grasmaaier en varkens als vuilnisbak, maar getrainde insecten die je met een sensor een ingestort gebouw instuurt opzoek naar leven. Veel insecten helpen ons nu al enorm. Den aan het afvalprobleem. Een stad als New York zou al niet eens meer zonder de mieren kunnen die de patat en hotdogs opeten. Het zou dan een groot afval probleem hebben. Ik las ook over de geur van gas. Ik wist dat de lijkengeur er kunstmatig aan was toegevoegd. Wat ik niet wist is dat dit oorspronkelijk is gedaan om aasgieren te lokken. Een onderhoudsmonteur hoefde op die manier alleen maar grote groep gieren te volgens om het lek in de gasleiding te vinden.
We denken dat we moderner worden en in plaats van lastdieren robots gaan gebruiken, maar misschien moeten we eerder denken aan combinaties van technologie en dier. Van de schaap als grasmaaier tot cyborg insecten. We zullen het steeds meer gaan tegenkomen. Op den duur kun je ook speciaal gefokte lichtgevende varkens verwachten met een mandje in de bek die je heerlijke veganistische hamburgers aanbieden.

zaterdag 23 januari 2016

Hooiberg

De tentoonstelling van Jeroen Bosch tot Breughel in het Boijmans deed me denken aan zo’n art-fair zoals Art Amsterdam. Dit kwam door het gebruik van losse panelen in de ruimte. Er zat weinig logica in de opstelling. In het midden stond dan als een soort heilig altaar het schilderij ‘De Hooiberg’. Je kon het alleen niet zien omdat het in een soort bushokje met spiegelend glas was gezet. Ik heb trouwens meer in de kinderwagen gekeken dan naar de schilderijen. Ook in de kinderwagen speelden zich Jeroen Bosch-achtige taferelen af. De etsen van Durer waren overigens prachtig, die hingen er ook. Al die lijntjes in het gezicht en de kleding van mensen, beter dan een foto omdat die lijntjes het oog als het ware telkens opnieuw voeden.

woensdag 20 januari 2016

Finetuning van de wijk


In juni 2016 vindt een congres plaats over de ruimtelijke component van publieke gezondheid. Vandaag sprak ik met enkele beoogde sprekers. Een van hen deed onderzoek naar hoe je de omgeving kan aanpassen zodat ouderen er beter gebruik van kunnen maken. Het gaat om hele kleine ingrepen die vaak niet eens zichtbaar zijn. Ik dacht altijd dat ingenieurs het liefst bruggen bouwden of verkeerstransferia. Maar je ziet dus steeds vaker dit soort projecten. Het gaat echt om ‘fine tuning’ van de stad met weinig spectaculaire ingrepen. Stel dat je een groep bejaarde mannetjes hebt in een woontoren. Zij hebben vroeger in de haven gewerkt en ze vinden het leuk om naar schepen te kijken, maar het is voor deze mannetjes net te ver lopen naar de haven. Wat is daarvoor de oplossing? Op strategische plekken bankjes neerzetten zodat ze even kunnen uitrusten. Het klinkt als een trivialiteit, maar in werkelijkheid is het een revolutie dat er de laatste tijd op deze wijze naar de stad wordt gekeken.

dinsdag 19 januari 2016

Sjaaltje

In de natuurvoedingswinkel stond een man met een geel sjaaltje. Ik vroeg hem of het zijde was. Hij keek me ondeugend aan. ‘Nee niet eens, het is zelfs half van polyester.’ Dat is natuurlijk net zoiets als het bekennen van een grote zonde in de wereld van de natuurvoedingswinkels.
‘Zijde heb ik alleen daar beneden,’ ging hij met pretoogjes verder.
‘Ah, op de plek waar het goed werk kan verrichten?’
‘Juist, daar waar het nuttig is.’

Zo waren we gerust nog wel tijdje doorgegaan, ware het niet dat mijn vriendin erbij stond. Het is goed om bij tijd en wijle je homoseksuele ik een beetje los te laten. Dat lucht op.

maandag 18 januari 2016

Nog een keer schitteren


Left to right: John Collins, Daniel Jones, Terry Perkins, and Brian Reader.
Pasen was hun favoriete moment om kraken te zetten. Het waren vakmannen, maar ze hadden dit keer de veiligheidscamera's onderschat. De oude bandieten schijnen het niet voor het geld te hebben gedaan, maar om nog een keer te kunnen schitteren. Mijn inschatting is dat ze het niet eens zo erg vinden dat ze gepakt zijn.Die camera's hebben ze misschien wel expres aan laten draaien zodat iedereen zou weten wie die kunstje geflikt had. Wie wil schitteren heeft een publiek nodig. Het zijn oude mannetjes, het alternatief was misschien het bejaarden tehuis. Door sommigen wordt het bejaarden tehuis ook omschreven als een gevangenis. Het eten zal in elk geval vergelijkbaar zijn. In de gevangenis zullen ze bovendien als helden worden ontvangen. Overigens was het goed om weer eens het woord Heist te lezen. Een mooi begrip en Amerikaanse slang. Het schijnt te verwijzen naar hoist wat optillen betekent (shoplifting), of tillen (tillen betekent in het Nederlands eerder frauderen. De belasting tillen). Heist verwijst naar iemand optillen om hem te helpen in te breken.

zondag 17 januari 2016

Speels bouwen


Grappige speelse architectuur uit Japan. Een schoolgebouw met een binnenplein dat zo is ontworpen dat er plassen met regenwater blijven staan. De kinderen kunnen hier dan in de pauze in springen en spelen. Uiteraard is dit ontwerp een ruimtelijke vertaling van het vooruitstrevende onderwijs dat in het gebouw wordt gegeven. Ontwerpen vanuit de gebruiker, misschien is dat wel de grootste breuk met het strenge modernisme dat vooral een opvoedkundige inslag had.

zaterdag 16 januari 2016

Kunst als déjà vu - ervaring

Vandaag was ik bij Stroom Den Haag voor een expositie van hedendaagse kunst. Er werden dingen gepresenteerd, en ze waren ook aardig om te zien. Hoewel je doorgaans niet het gevoel hebt dat het ambacht nog erg centraal staat bij Hedendaagse kunst (in dit geval varieerde dat sterk per object). De kunstenaar is een denker en wat hij toont zijn schetsen die je kunt lezen om ze daarna van je af te werpen. Tegelijkertijd krijgt het door deze schetsmatigheid iets ongrijpbaars. Waar gaat de kunst nog over, hoe weet je dat het goed is? Moeten we niet terug naar een soort vormbesef? Ik weet dat dit vloeken in de kerk is, maar zonder vorm vervliegt alles en moet je weer door naar de volgende tentoonstelling waar vergelijkbare dingen worden getoond. Waardoor het kijken naar kunst een soort eeuwige déjà vu wordt en misschien op die manier toch weer die eeuwige schoonheid weet te bewerkstelligen. Maar misschien moeten we afspreken dat de kunst op zijn minst op meerdere vlakken prikkelt. Enerzijds zit er een goed idee achter, maar anderzijds is het ook gewoon goed gemaakt en daarom fraai om te zien.

vrijdag 15 januari 2016

Haagse Mannetjes


In Den Haag zijn vaak mannetjes op straat. Vandaag zag ik er een op het Lange Voorhout. Ze zijn netjes gekleed, maar vaak iets te stevig, waardoor hun lange jas om de bolle heupen spant. Ze bewegen zich voort, deze Haagse mannetjes, met kleine driftige pasjes. De haren gewassen en gekamd, een blos op de wangen en vaak een lederen tas vol met belangrijke documenten in de hand. Nu ik erover nadenkt, lijken ze allemaal wel wat op Hans van Baalen. Ze stappen flink door omdat ze op tijd willen zijn voor een belangrijke afspraak. De afspraak van de Haagse mannetjes is altijd belangrijk. Zoveel staat vast. Ik stel me zo voor dat dit de hedendaagse flaneur is. We weten allemaal hoe de flaneur zich in Parijs ontwikkelde van een onopvallende passant die vooral observeerde (Baudelaire) tot de Dandy in London die vooral gezien wilde worden (Oscar Wilde). Het Haagse mannetje is de laatste fase in deze ontwikkeling. Een Haags mannetje loopt met oogkleppen op en gaat recht op zijn doel af. Som belt hij ook nog tijdens het lopen. Daaraan kan je zien dat zijn tijd erg kostbaar is. Het zijn korte afstanden die ze lopen, als het te ver is verdwijnen ze achter het geblindeerde glas van overheidsauto’s die hen altijd wel ergens kan oppikken. 

donderdag 14 januari 2016

Amfibische cultuur

""
Vandaag was ik in het Nieuwland museum in Lelystad om tijdens een congres over watersnoodrampen te spreken. Onduidelijk was wat ik daar precies te zoeken had, maar ik zeg nooit nee op dergelijke uitnodigingen. Ik ben multi-inzetbaar. Het was grappig om te merken dat de zaal vol zat met oud bestuurders en ingenieurs. En de sprekers (zoals de Delta commissaris en een dijk graaf en een risico professor) waren nog niet uitgesproken of de vingers schoten als berkenscheuten de lucht in. Oude stramme mannetjes, maar de armpjes deden het nog goed. En de stemmen ook. Doorgaans heb je bij dergelijke bijeenkomsten heel vaak een ‘de betrokken burger’, nu was zo ongeveer iedereen betrokken. De verschillende sprekers gingen elkaar ook corrigeren en aftroeven aan kennis. Vaak kwamen er ook ellenlange introducties waar mensen wel niet hadden gewerkt en waar ze daarna gewerkt hadden. Het was een feest.

Een van de sprekers, een historicus, had het over de amfibische cultuur in Nederland gedurende de middeleeuwen. Een cultuur die veel meer was toegespitst op het overleven van watersnoden. Vervoer ging meer over water, het vee stond in de winter op stal en daar lag standaard een boot. Ook had je veel verschillende kleine polders waardoor je het een beetje zag aankomen en je op tijd je biezen kon pakken. We zouden eigenlijk terug moeten naar die amfibische cultuur als we willen overleven in het Antropogeen. Iedereen een rubberboot aan de buitenmuur. Die boot blaast zichzelf als een airbag op zodra je huis onder water staat.