vrijdag 1 mei 2015

Crew

Toen we vanmorgen aankwamen in de Eemshaven zei Jan de Boer: 'Dit is de enige haven in Nederland waar je full speed kan binnenvaren zonder dat ze over de radio gaan lopen piepen.' Dit deed hij dan ook gretig. Zoals vliegtuigpiloten het laatste stukje zelf vliegen, zo deed ook Jan de landing handmatig. Eenmaal op de kade had ik het gevoel weer terug te zijn op aarde na een ruimtemissie. Ik was zelfs een beetje ruimteziek en voelde mijn benen dansen. De kratten gingen van boord en het werd tijd om afscheid te nemen van de crew. Een moeilijk moment. Je hebt toch een hoop meegemaakt samen en ik was onwillekeurig een beetje gaan houden van deze jongens. Zo moet het zijn als je in het leger zit. Er werd mij verzekerd dat er geen rangen waren aan boord, maar als het erop aankomt is er toch iemand met het laatste woord. Dat was Paulus de koksmaat. Hij weet hoe je moet handelen als het vuur wordt opgestookt. 

donderdag 30 april 2015

Ik win altijd

Het is bloedheet in de stuurhut, maar kapitein Jan de Boer vindt dat prettig. Het liefst komt hij helemaal niet meer buiten. Eigenlijk vindt hij het  zonde van zijn tijd dat hij iedere week weer van boord moet, maar hij heeft z'n vrouw nog niet zo ver gekregen om bij hem in de kapiteinshut te komen wonenHet zweet parelt mij langs het voorhoofd, maar alles beter dan weer terug te moeten naar het moordende tempo van het ingewanden plukken. De psalmen schallen van benedendeks omhoog. De jongens zijn blij dat ze weer naar huis gaan. Even voel ik een vlaag van spijt dat ik niet ook beneden sta, een vorm van verraad, maar ik heb echt kramp in mijn vingers. Jan is een moderne schipper. Hij damt op een computerscherm en de automatische piloot houdt de kotter op koers. Zijn tegenstanders zitten op de booreilanden die links en rechts als zeekastelen uit het water verreizen. Hij ziet ze ook echt als tegenstanders van de visserij. ‘De Noordzee is van ons zei mijn grootvader altijd. Het doet pijn als je de ene week nog ergens hebt gevist en een week later mag het ineens niet meer omdat er een windmolenpark komt. Dat voelt alsof ze iets van je hebben afgepakt.’
Volgens Jan wordt de Noordzee zo langzamerhand een bedrijventerrein. Er is steeds minder plek over voor de visser. ‘Een bedrijf mag wel grind van de bodem halen om snelwegen mee aan te leggen, maar Boomkor vissen mag niet meer omdat het de bodem zou verstoren. Hoe krom is dat?’ Jan gromt een beetje en praat tegen zijn onzichtbare tegenstander. ‘Kom maar op, toe maar, ik veeg je zo van het bord!’, zegt hij. Even later kijkt hij me triomfantelijk aan. ‘Zie je wel, ik win altijd.’

woensdag 29 april 2015

Zo is het altijd gegaan

‘Waar al meer dan duizend jaren, in de zee een heuvel stond, rustig in de woeste baren,
daar is mijn geboortegrond.’
Het Urkse volkslied schalt over de vistafel waar we de schol aan het strippen zijn. Ik en mijn Filipijnse hut genoot zijn de enigen die het niet verstaan. Vanmorgen om half zes ging de alarmbel. Die had ik aanvankelijk genegeerd, maar nu mijn zeeziekte is weggezakt, heb ik geen excuses meer. Ze trekken me uit de kooi. En nu hak ik halve maantjes in de vissenhuid en trek de ingewanden naar buiten. De vis spant zich nog een laatste keer aan en geeft het dan op. ‘Met zijn allen tegelijk praten gaat niet,’ zegt Foxy die rechts van mij staat,’ maar samen zingen wel.’ Ik knik, maar kijk hem niet aan. Mijn aandacht is bij de vis. Foxy heet eigenlijk Jan Fokke, maar hij is vernoemd naar de titel van zijn favoriete porno blaadje. Hij is getrouwd op doktersadvies, vertelt hij lachend, omdat hij z'n vriendin zwanger heeft gemaakt. Foxy is eenentwintig, de rest niet ouder dan drieëntwintig en allemaal zijn ze getrouwd en hebben tussen de twee a drie kinderen rondlopen. Die zien ze overigens alleen in het weekend want gedurende de week zijn ze op zee. Zo is dat altijd gegaan, zo deden hun vaders dat en hun grootvaders. 'Wat je al bent kun je niet meer worden,' zegt Paulus de scheepskok de hele tijd. Geen idee wat hij daarmee wil zeggen. 
De vis gaat naar het onderruim en daar is het mijn taak om ijs op de kratten te gooien. Als het werk erop zit hebben we nog drie uurtjes voordat de volgende vangst binnen is. Ik val uitgeput in mijn kooi en wacht angstvallig op de scheepsbel want dan moet ik weer. Dit gaat zo door tot vrijdag, een vreselijke gedachte. Was ik maar weer zeeziek.

dinsdag 28 april 2015

In Godsnaam

Bepaalde krachttermen zijn er bij mij ingesleten. Dat merk ik eigenlijk nu pas, nu ik met gelovige Urkers in een ijzeren schuit op open zee zit. Ik zal moeten veranderen, dat heb ik hier ook beloofd. Anders word ik overboord gekieperd en dat wil ik niet. Ik ben net weer een beetje van mijn zeeziekte af. Er wordt goed voor ons gezorgd en er wordt voor iedere maaltijd gebeden. De maaltijd zelf wordt niet gezien als een moment van rust. De aardappels, andijvie en gehaktbal zijn in enkele minuten verdwenen. Voedsel is stookolie voor het werk.  Daarna leest de schipper wat voor uit de bijbel. Dat gaat in het Urks en wordt dus begrepen door de juiste oren. We klimmen in de stuurhut om te kijken naar het binnen halen van de netten. Ik zie een Jan van Gent, zijn gele kop loert naar het water. Dan duikt hij. 'Na 15 jaar zijn ze blind van het zoute water,' zegt Meindert de machinist. Er worden psalmen gezongen en soms zingen de jongens ook iets van Guus Meeuwis. Een radio is er niet. Vier uur blijven de netten achter de boot, daarna trekken twee katrollen de boel aan boord en wordt de schol eruit gehaald (zo'n veertig kratten) en zo’n tachtig kilo zwart (dat is bijvangst met duurdere vis zoals kabeljauw). 'Jezus wat gaat die boot heen en weer.' Meindert corrigeert me geduldig en ik bied mijn verontschuldigingen aan. Onder het schilderij van een garnalenvisser lees ik: Zij niet wijs in uw ogen; vrees de Heere, en wijk van het kwade. Ik voel een vlaag van misselijkheid opkomen. Er is geen fruit aan boord, waarschijnlijk heb ik scheurbuik. Ik prevel voorzichtig mijn eerste gebedje. Een beetje bidden doet wonderen, zeggen ze wel eens. 


maandag 27 april 2015

Zeeziek


Twaalf uur varen tot de visgronden. En dan. Zeeziek. We zijn met twee gasten op dit schip. De ene kotste aan bakboord de andere aan stuurboord. Een tijdje dacht ik dat het goed ging en kroop ik uit mijn kooi, maar dan perste het zich weer naar buiten. De eerste vangst schol is zojuist binnengehaald (22:35). Een goede vangst? Een normale vangst, zegt schipper Jan de Boer. Hij begint aan een verhaal over de visquota en het feit dat er nog zat schol zit, maar dat hun leefgebied meer gespreid is komen te liggen. Ik voel me niet goed worden en ren nog net naar bakboord of stuurboord (daar wil ik vanaf zijn) om tot de innerlijke vloedgolf vrij baan te geven. Ik duik maar weer de kooi in en bid dat dit niet tot vrijdag door blijft gaan.

zondag 26 april 2015

Enterprise


Half twaalf. Kotters liggen verstilt aan de kade van Harlingen. Scheepslampen schijnen op oranje en gele netten en op de lege dekken. Dat zijn meestal de buitenlandse werknemers, die wonen aan boord en bewaken de boel een beetje. De 'PD 147-Enterprise' is het allergrootste schip dat er ligt. Ons schip. Om kwart voor een is er nog niemand. Alleen Jivie een Filipijnse medewerker, is aanwezig. Hij woont al zes maanden op de kotter, nog vier te gaan. Dan heeft hij geld genoeg om te trouwen. De kombuis van het schip is brandschoon.Jivie's werk. Iedereen loopt hier op kousenvoeten, schoenen zijn taboe. Kwart over een komt de rest aan boord. Ze zijn met en busje uit Urk gekomen. Handen worden geschud en Schipper Jan de Boer leest voor uit de bijbel. De alarmbel klinkt, de trossen worden gelicht en het schip steekt van de kade af. Het havengat uit, het lichtspoor van de maan achterna. Ik deel mijn hut met Jivie. We slapen net achter de machinekamer. 'Daarom staat de airco aan,' legt hij uit, 'straks wordt het hier bloedheet.'  Het is nog twaalf uur varen naar de Doggersbank, het jachtgebied van de Enterprise.

zaterdag 25 april 2015

app life


Het lijkt erop dat informatie nog nooit zo verhandelbaar is geweest als nu. Zelfs de gewone man pikt een graantje mee. Je parkeerplaats kun je verkopen aan iemand die nog wanhopig opzoek is naar een plekje. Je verdient Fitcoins door te gaan sporten. Met die Fitcoins kan je de premie van je verzekering omlaag brengen. Dit gaat natuurlijk over Amerika, maar dat maakt niet uit want dan gaat het dus uiteindelijk over ons.
Evegeny Morozov schrijft in het NRC dat dit een slechte ontwikkeling is want nu geldt alsnog het recht van de portomonee. Vroeger zocht de CEO net zo lang naar een plekje als de concierge, nu krijgt de hoogste bieder de parkeerplaats. Morozov vindt dat jammer. Een beetje raar natuurlijk want het toeval slaat vaak op onverwachte momenten toe. Is het nietlinksom, dan wel rechtsom.
Hij had beter zijn peilen kunnen richten op het feit dat de openbare ruimte, iets dat van iedereen is, verhandelbaar is geworden. Ik voorzie een leger Mexicanan (het gaat nog steeds over Amerika ten slotte) die in kartonnen auto's parkeerplaatsen bezet houden om die te verkopen aan de hoogste bieder. Er zal een traditie ontstaan van ambachtelijk gemaakte nep auto's van papier machee waarmee parkeerplaatsen bezet worden. Ik zie daar niets ergs in. Zo kunnen de zwervers, die allemaal een smartphone hebben, tenminste de CEO's van deze wereld nog een poot uit draaien. Of het een vergroting van onze vrijheid is, weet ik niet, maar het is zeker geen verkleining. 


vrijdag 24 april 2015

Digitaal zwerven

Jongeren die vandaag de dag door de VS zwerven maken veel gebruik van internet en hun smartphone. Via Craigslist vinden ze werk en ze kunnen het weer checken, handig als je op straat leeft. Een van hun belangrijkste zorgen, naast eten is het vinden van oplaadpunten. Sommige zijn zelfs trots op hun leven op straat. Ze noemen zich professional homeless. Het lijkt erop alsof de vroegere seizoensarbeider of landloper weer terug is, maar dan in een digitaal jasje.Lees hier het hele artikel.

donderdag 23 april 2015

Bejaarden Tinder

Por qué la ropa de Primark es tan barataIn de trein kwam een wat ouder stel binnen. Ze hadden wandelschoenen aan en zij vond het een dag om in te lijsten. Later ging het er nog over dat ze tegen elkaar dingen moesten uitspreken als ze iets dwars zat. Misschien was het nog geen stel, maar hadden ze elkaar ontmoet op bejaarden Tinder, zou kunnen. Hij was in elk geval vrij stil en zij klepte aan een stuk door.

Zij: ‘Ik zei tegen Wilma, die Primark, dat is niks voor jouw. Maar we zeiden nou we gaan toch even kijken. Daar kan je dan voor twee of drie euro een kledingstuk kopen en er werken dus van die vrouwen met een stip, wat zeg je? Indiërs? Nee, het waren hoe heet het… '
hij: ' Indiers ?'
zij: 'Nee, het ligt op het puntje van m'n tong.'
hij: Bengali? Pakistanen?' 
Zij:'Pakistanen, precies. Nou slavernij bestaat dus nog gewoon. Want die vrouwen staan daar de hele dag kleren op te vouwen voor helemaal niks natuurlijk. Maar Wilma keek er dus naar en zei je hebt gelijk dit is niks voor mij. Dat dacht ik dus al want zij kleed zich altijd zo modieus. Vrouwen die dure kleren kopen zijn volgens mij heel onzeker. Ze laten hun gevoel sterk afhangen van wat ze aanhebben. Nou daar heb ik geen last van. Soms maak ik dan een inschattingsfout en loop ik in een broek die tekort is, nou het zij zo. Daar maal ik niet om. Maak jij wel eens complimenten aan een vrouw?’
Hij: ‘Nooit, want daar worden ze afhankelijk van.’

woensdag 22 april 2015

Vineta Duin

Bunkers in Hoek van Holland
Vandaag was ik in Hoek van Holland. Fotograaf Peter de Krom leidde me rond door een bunkercomplex dat tegenwoordig in handen is van de provincie. Jongeren in legerbroeken breken de bunkers voortdurend open en bekladden ook veel stukken beton met graffiti. Ze vinden dat die plek van hun is. Maar er zijn meer dingen die inbreken. In een oude loopgraaf wees Peter me op een vreemde boom, waarvan hij even de naam kwijt was. De boom kan niet goed tegen dit zoute klimaat en groeit normaal gesproken niet zo dicht aan de kust. Zijn stam is dik en zijn takken komen niet ver boven de loopgraaf uit. De boom gedraagt zich zoals een mens zich zou gedragen als hij onder vuur komt te liggen; hij bukt voor de zoute wind.