zondag 12 januari 2014

Rutte is een hond

David Collins en Gail Brooks wisselen geregeld met elkaar van gedachten op de webpagina van de Opinionator (NYT). Het zijn vaak hilarische gesprekken over actuele onderwerpen. Hun meest recente gesprek was getiteld Pet Theory en ging over huisdieren en politiek.  Ze deden dat naar aanleiding van een recensie van het boekt ‘what your cat is thinking’.
Zo kwamen met de opmerking dat een president zonder hond waarschijnlijk onvoorstelbaar zou zijn. Toch zijn er ook presidenten met een hond die ondertussen zelf meer over een kattenpersoonlijkheid bezitten, zoals Obama. Hij is iemand die meer in op zichzelf opereert en staat in het rijtje met o.a. Carter en Nixon. Clinton, die wel een kat had, wordt ingedeeld bij de honden, omdat hij door iedereen geliefd wilde zijn. Net als vader en zoon Bush, allebei honden om andere redenen.
David Collins komt met de volgende hilarische observatie over wat Amerika nodig heeft: 
‘Personally, I could be persuaded that America needs a big, friendly dog in the White House, someone who is open toward everyone, no matter how rude people are. I’d like to see a politician who could win the country with love and licking, and an endless capacity to fetch.’

Nu Rutte met een hele roedel aan hoogwaardigheidsbekleders naar Sotsji afreist weten we ook meteen zeker wat hij voor premier is; een hond. Hij heeft wel wat weg van een poedel, die binnen zijn eigen tuin nog wel eens wil keffen, maar daarbuiten vooral netjes geknipt door het leven gaat. Hij is er om zijn baasje  (in dit geval Poetin) te pleasen.

zaterdag 11 januari 2014

Kortgeleden

In Duitsland is de tijd rijp om terug te kijken naar de oorlog, om ook op het eigen slachtofferschap te reflecteren. Vanavond werd de derde en laatste aflevering uitgezonden van 'unsere mütter unsere väter'. De serie toont hoe complex een oorlog eigenlijk is. Er is duidelijk gekozen voor de beeldtaal van Hollywood (zie deze post), maar desondanks komt de film wel aan. Zeker bij de aftiteling toen de namen van de vijf vrienden en hun sterfdata over het scherm rolden. Wilhelm Winter geboren in 1921, leeft nog, daarom wordt het verhaal vanuit zijn perspectief verteld. Op dat moment realiseer je dat het verhaal van de vijf vrienden niet zomaar bedacht is om het drama  aan op te hangen, maar gebaseerd is op de herinneringen van Wilhelm Winter. Het is eigenlijk ook nog maar kortgeleden gebeurd.

vrijdag 10 januari 2014

Trein

Vandaag was ik in de kluis van het Nutshuis in Den Haag bij de première van een film over urban farming (A Growing exchange). De film liet ook sceptici aan het woord. Iemand vroeg zich af of het ook voorbij de hype zou kunnen komen. Wordt het ook opgepakt door anderen of blijft het bij een paar kunstenaars? Als het aan de kunstenaars ligt wordt het opgepakt. In de zaal zaten een hoop gelovigen. Iemand sprak over het realiseren van steden als zelfvoorzienende ecosystemen. Ik vond dat mooi, maar zei niets omdat ik een trein moest halen.

donderdag 9 januari 2014

Besmetting

Gisteren sprak ik Cor Montagne, een geoloog en conservator van het museon in Den Haag. In de voorbereiding van een nieuw project heb ik het nuttig geacht te achterhalen hoe een geoloog naar het landschap kijkt.’Geleogie is in de eerste plaats een economische wetenschap,’ zei Cor montagne tegen mij. ‘Mensen zijn zich voor de bruikbaarheid van gesteente gaan interesseren. Eerst voor vuistbijlen, later hebben ze ijzer ontdekt en zijn ze op landschapselementen gaan letten om te kunnen voorspellen of er elders ook ijzer in de grond zou kunnen zitten.’
Als Montagne naar het landschap kijkt ziet hij een verhaal. Los van het feit dat je je niet hoeft te vervelen tijdens een wandeling, is het volgens mij ook een mooie manier om je te oriënteren op de omgeving. Het geeft verdieping aan de vraag; waar ben ik?
'Het landschap liegt niet,' zegt montage.'Doormiddel van allerlei techniek kun je de ouderdom van bepaalde gesteentes bepalen. Dit brokstuk is in het diepste van de aarde ontstaan en is achtendertigduizendmiljoen jaar oud.'
Wie dergelijke getallen hoort beseft dat we nog maar heel kort rondlopen. Het leven op aarde is een besmetting uit de ruimte. Het duurt niet lang meer of die besmetting heeft zichzelf alweer opgeruimd.

woensdag 8 januari 2014

Monopolie op de mythe


De Chinese regering kent  een lange traditie van liegen. In de tijd van Mao ging dat over de behaalde rijstquota vandaag over allerlei schandalen en/of verdwenen personen. Hierdoor bestaat er ook een lange traditie van speculeren en dorpsroddel over wat er werkelijk aan de hand is. Dat was altijd redelijk lokaal, de officiële lezing domineerde. Sinds internet is dat voorbij. Vooral de microblogs zijn volgens een artikel op de pagina van de New York Timesvan de schrijver  Yu Hua, bepalend voor de mening van veel mensen. Op internet circuleert volgens meneer Hua niet per se de waarheid. Yu Hua haalt een populair Chinees gezegde aan:  “While truth is still tying its shoelaces, rumor has already run a whole lap around China.”
Sinds augustus worden microbloggers opgepakt in China voor het verspreiden van geruchten. Het kost de regering steeds meer moeite het monopolie op het verspreiden van mythes te handhaven. Via internet maakt iedereen zijn eigen mythe wereldkundig. Maar dat is in het westen natuurlijk ook zo. 

dinsdag 7 januari 2014

Lange dag

Vandaag werden we wakker in andermans huis, de lieve G en ik. Dat is altijd aardig want het geeft je de gelegenheid door een vreemde boekenkast te snuffelen. Mijn oog viel op een essaybundel van Goerge Orwell waarin hij ondermeer het boek Tropics of Cancer bespreekt van Henry Miller. Ergens in het essay staat de aanbeveling het boek te gaan lezen, wat ik ook zeker van plan ben. Mijn telefoon ging. Onderdrukte nummers neem ik doorgaans niet op. De lieve G maande mij dat wel te doen, je wist nooit. Een telemarketing figuur wilde mij van energieleverancier laten veranderen. Ze konden een goedkopere deal regelen. Ik wilde niet, maar de telemarketeer hield vol. Hij zei dat het op zich natuurlijk aantrekkelijk is om minstens 600 euro uit te sparen op drie jaar en dat zij alles zouden regelen en eventuele boetes voor hun rekening zouden nemen. Ondertussen maande de lieve G dat ik moest ophangen omdat ze de trein wilde halen. Ze wilde niets te maken hebben met die ‘louche’ energie types. Ik verontschuldigde mij voor het geschreeuw op de achtergrond tegenover de telemarketeer en liep naar de keuken om rustig te kunnen praten. De telemarketeer was erg lang van stof. De lieve G stond al met haar jas aan, maar ze had de deur open laten staan en toen ik haar vertelde dat ik een gloednieuw contract had afgesloten, ontplofte de lieve G en ontsnapte de kat. De kat schoot naar de berging op zolder. Met goed teamwork kregen we hem weer in huis. Toen we ‘bejast’ en ‘betast’ buiten stonden en de lieve G doorraasde over het nieuwe energiecontract, bleek haar laptop nog binnen te liggen. In andermans huis wakker worden is leuk, maar ook funest voor de routine, zo blijkt. Het werd nog een lange dag in Amsterdam.

zondag 5 januari 2014

Opvang voor Zeehondenvrijwilligers


Zeehondenmoeder Lenie t’ Hart beweerde op radio 1 dat er een tweede zeehondencrèche gaat komen in het zuiden van het land. ‘In Zeeland zijn ze er echt aan toe,' zei ze met grote stelligheid. Mensen met een andere natuuropvatting dan het hare gaf ze, en pasent, een waarschuwing: ’Wie over een hulpeloze zeehond heenstapt, krijgt met mij te maken.’
Het behoeft nauwelijks benadrukt te worden, maar de zeehondenmoeder is een fel tegenstander van de Oostvaardersplassen. In dit natuurgebied is het juist beleid om de dieren aan hun lot over te laten. Ze gaan er letterlijk dood van honger en kou. Er is wat te zeggen voor beide standpunten. Natuur is een nogal gekunsteld begrip in de Nederlandse context. De een wil dat er herten worden afgeschoten, de ander vindt het verwerpelijk. De een belt de dierenambulance bij een ongeluk met een everzwijn, de ander gooit het aangereden wild in de kofferbak om dit thuis op ambachtelijke wijze te villen.
De rabbijn Binyomin Jacobs, die ook aan tafel zat, schaarde zich achter de opvatting van de Zeehondenmoeder. Hij prees haar en zei dat de mens de plicht heeft de schepping te beschermen.
Lenie riep: ’Wat heerlijk!’
De radio 1 presentatrice zei daarop een beetje rellerig: ’Lenie probeert nu de hand te pakken van de rabbijn Binyomin Jacobs, maar die geeft vrouwen geen hand!’
Jacobs (gepikeerd): ’Gaat het daarover vanavond?’ 
Daar ging het niet over, natuurlijk, maar de presentatrice was naarstig opzoek naar een controverse tussen de tafelgenoten. Het is beter voor de uitzending als er discussie ontstaat. Dat is, zeg maar, de natuurwet van de studio. Binyomin Jacobs nam het zekere voor het onzekere. Ook hij had de dreiging gehoord: wie over een zeehondje heenstapt krijgt met mij te maken. Hij werd liever bepoteld door de zeehondenmoeder dan op die andere manier met haar te maken te krijgen. Zeehonden redden is uitermate populair, want het voldoet aan de behoefte goed te doen in deze wereld. Lenie kan ze echter niet allemaal kwijt in Pieterburen. En dus komt er een tweede crèche, niet zozeer voor al die arme zeehondjes, als wel voor al die zeehondenvrijwilligers die opgevangen moeten worden.





vrijdag 3 januari 2014

Inside Llewyn Davis

Met Inside Llewyn Davis tonen de Coen brothers de muziekwereld zoals die werkelijk is; een banale wereld zoals iedere andere. Er is altijd de belofte van redding aan de horizon, maar voor de meeste mensen komt er geen redding. Er is alleen maar geploeter. Het is een prachtige film met soms briljante dialogen.


donderdag 2 januari 2014

Homohuwelijk

Paul Heskens schrijft vandaag in de Volkskrant dat hij bang is dat de losse homomoraal het huwelijksinstituut ondermijnt. Hij reageert daarmee op de vreemdgaan praktijken van Maastrichtse burgemeester Onno Hoes. Ik heb de oorspronkelijke morele oprisping van Heskens niet gelezen, daar werd heftig op gereageerd. Er werd gezegd dat hij discrimineert. Dat zou best nog eens zo kunnen. Zijn onderscheid tussen het homo- en heterohuwelijk is niet helemaal zuiver. Je zou wellicht een verschil kunnen zien tussen huwelijken in de arbeidersklasse, de middenklasse en de rijke klasse.  Homo's komen ten slotte in al die lagen voor. Verder begrijp ik zijn geloof in het instituut huwelijk niet zo. Hij bazelt over de betekenis van de huwelijkse trouw, terwijl dat toch een prive aangelegenheid is tussen twee mensen. Het huwelijk heeft al zo vaak bewezen een zuiver esthetische aangelegenheid te zijn. Voor de rest is het vooral een geruststelling voor allerlei partijen. Net als meer blauw op straat geeft het een (deels) vals gevoel van veiligheid. Het huwelijk zou je kunnen omschrijven als een afspraak; ik ga vreemd, maar loop niet bij je weg.  

Laatste geld

In het halletje van een pinautomaat, een ruimte achter glas, hadden twee mensen het zich gemakkelijk gemaakt. Eentje lag te slapen op een stuk karton met een koptelefoon op. Het waren zwervers, ze stonken een beetje, maar niet te erg.‘Jullie hebben het je hier wel gemakkelijk gemaakt,' zei ik. ‘In de winter is het prima,’ zei de man in vodden met vuile handen en glanzende lange haren. ’In de zomer is het hier niet uit te houden.’ Hij sprak over het pinautomaat alsof het zijn huis was. Zijn haren waren bruin-rood, netjes gekamd en ze zagen eruit alsof ze gewassen waren met  conditioner. Doorgaans is pinnen een eenzame aangelegenheid; het is jij en je pinpas. En je pincode, natuurlijk, die geheim moet blijven. Je wordt gewaarschuwd om vooral geen mensen mee laten kijken. Nu leek het pinnen een beetje op een blind date.  De zwerver met de mooie haren was homo vertelde hij. ‘Moet kunnen toch?’ zei hij er voor de zekerheid achteraan.
’Moet kunnen,’ beaamde ik.
‘In de zomer ben ik wel eens met een man meegegaan, hij nam me mee naar zijn huis. Dat was fijn.’
‘Wat heb je mooie haren,’ zei ik.
‘Ja, mijn eigen kleur komt weer terug, ik heb rood haar, mijn moeder was Iers, de bruine kleurspoeling is er al bijna weer uit. Als kind had ik een complex moet je weten, ik werd gepest om mijn rode haar. Ik heb er nu nog wel een beetje last van.’
'Het is juist mooi ,' zei ik en duwde tegen het glas. Toen ik weer op straat stond, had ik het gevoel op visite te zijn geweest. Het is beter om zwerver in Spanje te zijn, dacht ik, beter dan waar dan ook. Een eind verderop was een collega van hem een performance aan het houden, met kastanjes, een stofzuiger en wat kartonnen dozen. Het waren echt heel veel kastanjes, als een melkwegstelsel lagen ze op het plein in een grote waaier uitgespreid. Het leven op straat, het lijkt zo ver weg en is tegelijkertijd zo dichtbij. Ik heb in elk geval geleerd, dat als er niets meer te pinnen valt, pinautomaten nog steeds hun nut kunnen hebben. Koop van je laatste geld een ticket naar Spanje.