maandag 23 november 2009

Aankomst in de parodie op het westen




Op het perron van station Leningrad ruikt het naar kolen, waarmee van oudsher de wagons worden verwarmt. Bij wagon nummer zes controleert de Provodník, letterlijk vertaalt de ‘doorvoerster’, onze tickets. Ze is een streng uitziende geblondeerde dame die ’s avonds de lakens uitdeelt, maar waar je ook terecht kan voor een kop zwarte thee met suiker. Het is vooral zaak haar te vriend te houden, anders kan ineens alles heel problematisch worden. De meeste Russen zitten al nerveus in hun coupes te wachten totdat de trein zich in beweging zet. Uit ervaring weten ze dat alles nog tot op het laatste moment mis kan gaan, maar zodra de wielen knarsen worden de pyjama’s aangetrokken en gaan de tassen met eten open, waarna men zich overgeeft aan een uitgebreid bacchanaal.Omdat wij niet beschikte over een dergelijke tas vol lekkernijen zijn wij in de resturatiewagon gaan zitten. Een gezellige plek met vrolijke gordijntjes. Melodye liudi, vremia!
Bij terugkomst in de coupe lag het stel reeds te slapen en zat er voor ons neits anders op dan hetzelfde te doen.
Het was afschuwelijk warm in de kleine ruimte zonder enige vorm van ventilatie. De angst om nooit meer wakker te worden maakte het onmogelijk om het bewustzijn uit te schakelen. Zonder een oog dicht te hebben gedaan liepen we om half zeven ’s ochtends verveeld door de voortdurend neerdalende regen, door straten van St. Petersburg.
Een vreemde sensatie, net alsof we in een ander land waren aangekomen. Terwijl Moskou niet de indruk wekt dat er ooit een stedenbouwkundige plan aan ten grondslag heeft gelegen, is St Petersburg overdreven geplant en strak vormgegeven.Het is haast een parodie op een Italiaanse Renaissance stad, maar dan zonder de culturele bagage die haar Italiaanse voorbeeld leefbaar maakt. Maar dat is slechts de oppervlakkige conclusie van een kortstondige bezoeker. Ik verwacht dat een bezoek aan de buitenwijken, waar in fijne grijze flat de pleegouders van Boris wonen, hier verandering in zal brengen.

zondag 22 november 2009

Honden in de metro

Bij de ingang van de metro en bij de tunnels onder de weg staan altijd mensen spulletjes te verkopen, van kleding en veters tot bloemen en ijsjes. Het blijkt dat je rond vijf uur s’nachts nog een bosje bloemen kan kopen in Moskou. Bij de ingang van de metro zie je ook veel langharige straathonden. Ze schijnen zelfs de metro te nemen. Het beest gaat met de eindeloos lange roltrappen naar beneden en stapt samen met de andere reizigers aan boord. Daarna ligt de hond bij de schuifdeur te slapen en spitst hij zijn oren bij het omroepen van de stations. Bij het juiste station stapt hij dan met de andere reizigers mee naar buiten.

Diorama's


Het centrale museum van de grote vaderlandse oorlog is een immens lang gebouw dat zich als een muur voor je verheft.Vanaf het metrostation ben je ongeveer tien minuten onderweg voordat je het plein naar de ingang van het museum bent overgestoken.
In het museum zelf krijgt de bezoeker een overzichtelijk en fris beeld van de tweede wereldoorlog voorgeschoteld. Hierbij wroden mythologisering en esthetisering als presentatietechnieken niet geschuwd. Het mooiste voorbeeld hiervan zijn nog wel de diorama’s die de verschillende slagen rond moskou en Berlijn invoelbaar moeten maken. We troffen ook een muurschildering die de hemel en de hel moeten voorstellen. Aan de linkerkant zien we de hemel met symbolen van de voormalige sovjet unie. Rechts zien we de hel, met op de achtergrond de skyline van New York. Toegegeven, het schilderij is maar weinig subtiel.

de eXtra lounge van het Karston hotel.MOV

zaterdag 21 november 2009

Het Tretjakakovksokaja district en andere plekken


Moskou - De stad is gehuld in een permanente grijze sluier waar zo nu en dan wat regen uit druppelt. Toch past het goed bij het straatbeeld van grijze flats, brede snelwegen en verwaarloosde stadsperkjes.Stedenbouwkundig, doet de stad nogal rommelig aan. Er wordt met het grootste gemak een grijze kolos naast een heel klein kerkje gebouwd. Niet er strak naast maar er schuin tegenaan, zodat deze flat goed in het gelid staat met de andere flats. Hierdoor ontstaan er allerlei vreemde stukjes ongebruikte ruimte waar soms dan weer pannenkoeken met room worden verkocht of gepofte aardappelen.

Gisteravond nadat Boris mij van het vliegveld had gehaald zijn we de stad in gegaan. In oude gedeukte metrowagons uit de jaren zeventig bereikten we het Tretjakakovksokaja district. Op een duister parkeerplaatsje trok Boris een nietszeggende metalen deur open die ons via een trappetje in de kelder bracht waar zich een soort bistro bevond met grof gestuukte wanden. Er was lifemuziek en er stonden overal gezellige houten tafeltjes die bezet waren door de moskouse jeugd. Niet de wel bekende Gouden Russische jeugd met teveel geld, maar meer het soort universiteitstudent of kunstenaars type. Het was een plek die net zo goed in New York had kunnen zijn. Vooral het feit dat hier opvallend veel mensen zaten met gezichthaar, maakt het On Russisch. Russen doen niet aan baarden. Later zijn we met een auto, iedereen neemt je wel ergens mee naartoe voor twee euro, naar het Tsjistye Prudy district gegaan. Ook hier dook Boris door een stenen poort die ons naar een onduidelijk binnenplaatje bracht waar zich een danstent bevond. Hier waren wederom de intellectueel-achtigen goed vertegenwoordigd. Zonder dat het vervelend werd, overigens. Sommigen dingen doen dan aan New York denken, gelukkig doet niemand hier heel aanstellerig of hip. Ik heb in ieder geval nog geen Gay-Nerd met afgezakte broek gezien.

vrijdag 20 november 2009

Onduidelijke saus


Omdat de snelwegsafari is afgelopen en het niet langer conceptueel verantwoord is om vlees te eten, heb ik niet kunnen lunchen aan boord van het Finnair toestel van Amsterdam naar Helsinki. De lunch bestond uit een bakje met een soort gehaktballetjes in een onduidelijke saus. Terwijl ik in een IKEA context dit gerecht onder het mom van ‘onderzoek’ waarschijnlijk zonder pardon naar binnen had geslobberd, stond het me nu behoorlijk tegen. De vertrekhal van de luchthaven in Helsinki lijkt op andere vertrekhallen alleen dan kleiner en op de vloer liggen gelakte houten plankjes.
De broodjes zijn wel net zo duur als elders. Ik moest €3,90 afrekenen voor een met kaas belegde cracker. Wat wel erg goed is aan deze vertrekhal, en dat maakt de cracker meer dan goed, is het gratis internet en de vele stopcontacten.

woensdag 18 november 2009

Terug naar de oorlog



We zijn wedergekeerd van de kale vlaktes van de systeemwereld waar de ijzige wind van de realiteit harder waait dan elders. Het voelt als een jetlag. In de tijdzone waar we vandaan komen woedt een permanente oorlog van de mens met ruimte en tijd. Of vrij naar Paul Virilio: Mobiliteit is een ingekapselde oorlog met beheerste explosies. Zo beschouwd waren de bermen en vluchtstroken waar we rondscharrelden loopgraven en snelwegrestaurants schafthuizen voor soldaten. We zijn teruggekeerd van het front en ondanks de gruwelen die we hebben gezien, willen we maar één ding: terug naar de oorlog. (voor diegene die nu pas inschakelen, zie snelwegsafari.nl)

zondag 1 november 2009

SF16 patroon

Als we een openbare gelegenheid binnen komen gaat onze blik onmiddelijk naar beneden, richting de plint. We zoeken naar stekkerdozen om onze apparaten aan op te laden. We doen dit overal behalve bij Van der Valk. Zonder jas lopen we daar met onze rugzakken naar binnen voorbij de receptie, rechtstreeks de trap op naar de vliering, waar 's avonds het ontbijt wordt ingedekt. Toch lijkt het personeel er geen bezwaar tegen te hebben als we hier zitten. De afgelopen weken is er op die manier telkens ergens in een Van der Valk een ontbijttafel ongedekt gebleven. We zijn echter alweer van de snelweg af voordat het als een patroon herkend zal worden.

zie snelwegsafari.nl

SF15 Amfitheater van de nacht

Vijf seconden of langer: Stilte en duisternis. Dan aan de horizon een licht geruis. Licht met ruis, dat groter wordt en naderbij komt. Op de gladde baan beneden ons glijden ze voorbij, van links naar rechts, van rechts naar links. De nachtvlinders. Sommige als simpele dubbel koppige motten andere als veelogige droomwezens die zich slechts even recht voor ons bevinden maar dan doorschieten in hun rechtlijnige dans langs de geleide rail. Hoog gezeten op de tribune van de snelwegberm kijken we neer op het theater van de snelwegnacht.

SF14 Camper

Het is alweer donker in snelwegland. We zijn zojuist door de bospolitie van een parkeerplaats gestuurd omdat we er illegaal geplukte cantharellen aan het nuttigen waren. Op de én of andere manier kwam het gesprek op campers. ‘Ik had ooit een Duits vriendinnetje waarvan de ouders een camper hadden. Toen ik dat hoorde leek het me gaaf er een keer mee op vakantie te gaan. Mijn vriendinnetje die overigens ook Eva heette, leek dit eerst niet zo’n goed idee te vinden. We kenden elkaar ook nog maar vier maanden. Maar ik drong toch aan. Ik had een beeld voor me van de camper als verrijdbaar huis waarmee je middenin Parijs zou kunnen staan. Maar dat werkt natuurlijk helemaal niet zo, daar kwam ik later ook achter. Voordat het zover was moest ik natuurlijk eerst die ouders ontmoeten en met name de vader, het was vanzelfsprekend zijn camper. Toen we daar aankwamen, ze woonden in Emmerich in zo’n diep treurig Duits huis zoals je die alleen in Duitsland hebt, bleek die vader een soort camper-cursus- weekend te hebben voorbereid..... oh dit is een afslag te vroeg.’
We keren via het klaverblad weer de snelweg op om de afslag te nemen naar een van der valk hotel. Dat hotel heet toevallig ook De Cantharel. We weten dat je bij van de valk ongestoord tot diep in de nacht kan werken. Van der valk heeft gebouwen met vele hoekjes. We parkeren de Blauwe Bogl en ik schenk twee plastic bekertjes vol wijn.
‘Zoals je vroeger in de Kijk wel eens plaatjes had van een vliegtuig waarbij alle onderdelen apart voor het vliegtuig stonden uitgestald, zo had de vader van Eva zijn camper uitgestald. Echt ongelofelijk wat hij allemaal in de tuin had gezet. Hij had bijvoorbeeld een zeemlapje dat je op het dak moest leggen als je vanaf het trappetje je knie op de rand zette, dat soort dingen.’ Een auto draait hinderlijk z’n grootlicht in onze cabine. ‘Ik kwam er langzaam maar zeker achter dat die camper het leven van die man was en wilde er eigenlijk vanaf zien, maar dat doe je ook weer niet. Hij had er ten slotte een heel weekend voor vrij gemaakt. Wij gingen er dus mee op pad, maar binnen de kortste keren was ik het zeemlapje kwijt en gingen we door een diepe kuil waardoor er een kras op de zijkant kwam. Het werd een vreselijke vakantie omdat Eva als blok zenuwen naast me zat.’