vrijdag 12 juni 2009

OB.Ongevaarlijk


Vanmorgen heb ik koffie gedronken met Susanne Altmann, Curator uit Dresden. Ze had gisteren mooi commentaar geleverd op de 'Plastic City' die ze een imitatie van een kunstexpositie had genoemd. 'Het had zo door een kunstenaar gemaakt kunnen worden'.
Dit is wat ze vanmorgen zei:
"Ik zou nooit gedurfd hebben wat jij hebt gedaan omdat ik als curator veel voorzichtiger met andermans werk zou omgaan. Ik zou hun werk nooit in veband willen brengen met recycling art bijvoorbeeld, wat jij wel gedaan hebt.
De beamer had ik op een neutrale sokkel gezet.Bij alles had ik me afgevraagd of het wel aan hun werk relateert, of ik er geen afbreuk aan zou doen of het niet verkeerd geinterpreteerd zou worden. Maar als ik een tentoontstelling had gedaan was het een saaie tentoonstelling geworden. Jij hebt dingen gedaan uit een soort naiviteit en dan nog niet eens een kunstmatige naiviteit maar oprecht iets dat uit jezelf komt. Maar zelfs de woonkamer en die kartonnen dingen referen allemaal aan trends in de kunst en het reflecteert het feit dat je veel kunst hebt gezien in de loop der jaren. Dat is hier naar buiten gekomen en daarom heel interessant. Jij kan als buitenstaander veel meer doen en zeggen omdat je niet in het systeem zit, dat geeft voor alle partijen heel veel vrijheid, tegelijkertijd ben je daardoor ongevaarlijk, want je bent maar die filosoof die het doet."

Zoals ik enkele dagen geleden in Groningen behoefte had gehad aan een wapen, zo kreeg ik nu de onstuitbare behoefte om gevaarlijk te worden. Toen we opstonden om af te rekenen was ik haar voor. 'Ik betaal wel', zei ik.

donderdag 11 juni 2009

OB. De Groep


Gesprek in de woonkamer van stroom met gast(lees: expo ruimte)

Gast:"Ik heb gisteren een documentaire gezien over pinguïns. Die beesten maken één keer per jaar een grote tocht en dat gaat dan met z’n miljoenen tegelijk. Toch lopen er dan twee of drie de andere kant op, heel vreemd. Die redden het dan vervolgens niet omdat ze dood vriezen. Er kwamen wat biologen aan het woord die het ook niet snapten. Dat lopen in groepsverband is wel heel slim trouwens, dat herken ik nog wel van vroeger. We fietsten altijd met een grote groep van veertig man van ons dorp naar school in Vlissingen. Er stonden zelfs kinderen uit andere dorpen op te wachten om zich aan te sluiten. Het heette ook de groep. ‘ga je met de groep?’, ‘ja ik ga met de groep’.
Natuurlijk werd er wel eens gemord als er niet lang genoeg gekopt werd, maar over het algemeen werkte het heel goed. We reden twee aan twee.
Later ging ik met de brommer en toen dat te koud werd ging ik liften, waardoor ik altijd te laat kwam. Maar ze lieten me meestal begaan. Ik was zo’n goeiige jongen vroeger, niks kwaads in de zin, ik kwam alleen altijd te laat. Ik denk dat ze mij op school een beetje zagen als zo’n pinguïn die de andere kant oploopt."

OB.Onverslaanbaar


'Dat schilderij is onverslaanbaar', zei de opdrachtgever over Antonello da Messina, nadat ik hem verteld had dat er zo ongelofelijk veel mensen telkens op af komen om er iets over te zeggen. 'Daar is blijkbaar niet iets tegenover te zetten.' Het was ook het eerste ding dat ik in die ruimte heb opgehangen.Logisch want al het andere is eruit voortgekomen.
Gistermiddag had de Australische kunstenaar Tom Nicholsen nog de mededeling dat het schilderij ook iets zegt over de aard van het lezen.’Het lezen is een bezigheid die je moet verrichten in relatieve rust en teruggetrokkenheid, maar die bezigheid instrueert tegelijkertijd je handelingen in de wereld buiten die gesloten omgeving.' Dat is wat volgens hem goed zichtbaar is op het schilderij.

woensdag 10 juni 2009

OB. It will be copied


Vandaag had ik een Duitse conservator op bezoek die direct alles door had. Ze vroeg me wat die dopjes te betekenen hadden en ik gaf toe dat het was voortgekomen uit angst voor de lege ruimte. ‘Het zijn brokjes voor de visueel ingestelde mens.’ Maar ze was onverbiddelijk:’wat je ook hebt willen doen it looks like art, mensen die hier binnen komen denken dat het om kunst gaat.’ Daar heeft ze natuurlijk ook gelijk in en misschien moet ik me er wel voor schamen. Maar de dopjes zijn ook bedoeld om tijd te winnen. De ruimte wekt de indruk dat het om een expositie gaat, maar dat is het helemaal niet. ‘Ik zie deze expositie als een val waarin ik bezoekers een stuk aas voor houdt door middel van gekleurde dopjes om ze vervolgens uit te horen over hun levens.’ Ook dat was al een keer gedaan, zei ze. Toch was ze zeer te spreken over de aanpak en manier van presenteren. Het idee om iemand in een ruimte te stoppen en die het verhaal te laten vertellen van de kunstenaars die het object hebben gemaakt terwijl er ook weer iets nieuws wordt gemaakt, sprak haar zeer aan (ook al was ze over mijn invulling ervan niet per se heel erg te spreken, maar zelfs dat maakte niet uit). Het was volgens haar nog niet eerder gedaan, waarop ze dan ook de nu al legendarische woorden sprak: ‘It wil be copied. ’
Haar cynisme was werkelijk een verademing, al kon ik me niet aan de indruk onttrekken dat ze enigszins gebukt ging onder alle kunsthistorische ballast die ze met zich mee torste.

dinsdag 9 juni 2009

OB. Eerste zin


Op de site van de New York Times trof ik een aardig filmpje van John Irving over zijn manier van schrijven. Hij vertelt dat hij altijd begint met de laatste zin. De eerste zin verandert heel vaak, zelfs eerste hoofdstukken veranderen bij hem heel vaak. Soms wordt hoofdstuk vijf ineens verwisselt met hoofdstuk 1, maar het laatste hoofdstuk en zeker de laatste zin verandert nooit.’ Het is als een stuk muziek waar je naartoe schrijft. ‘, aldus John Irving. Ik had wel eens eerder gehoord dat John Irving het hele stramien van z’n boek van tevoren bepaald en dan vanaf het einde z’n weg door het plot terugwerkt naar het begin. Hij schrijft dus niet naar die zin toe, maar hij schrijft er vanaf, het ligt ten grondslag aan het hele verhaal. Ik kan me niet herinneren ooit een boek van John Irving te hebben gelezen, maar zijn aanpak spreekt me erg aan. Het is bijzonder deterministisch en hij gunt zijn hoofdpersonen en zichzelf geen enkele vrijheid tot speculatie, hun einde of het einde van het boek staat ten slotte al vast.
Zondag tijdens de finisage van de tentoonstelling zal ik een verhaal uitspreken. De laatste weet ik nog niet, omdat ik die laat afhangen van de gebeurtenissen deze week. Maar de eerste zin heb ik al wel: ’wil je verkenner worden?‘, de vraag, nu drie maanden geleden voor het eerst aan mij gesteld, had heel simpel en terloops geklonken.

maandag 8 juni 2009

OB. Een droste effect dus


Afgelopen zaterdag had een bezoekster van de expositie, een zojuist afgestudeerde architecte, de associatie dat er sprake was van allerlei spiegelingen. ‘Deze constructie is een reflectie op een schilderij, jij zit in die reflectie om te reflecteren op hun werk dat altijd reflecteert op de omgeving.’
Een Droste effect dus, zo had ik het nog niet bekeken. Ze was ook erg te spreken over mijn dopjes.'zonder die dopjes was ik niet op het idee gekomen naar beneden te gaan.'

Bedwingers van het dode punt


Gisteren is mijn opa 86 geworden. Wat doe je om dat te vieren? Precies, bowlen. Bowlen is koning van de familie uitjes. Je communiceert met de bal in plaats van te praten over bijvoorbeeld de monsterzege van Geert Wilders. Dat levert uiteindelijk alleen maar misverstanden op. Het mooie aan de bowlingbaan is dat de misverstanden tot een minimum worden beperkt. De kegels moeten om, meer is het niet. Het was dan ook een bijzonder geslaagde middag en opa blaakt nog van gezondheid.Vroeger was hij natuurlijk een stuk sterker, zo verzekerde hij mij. Hij was altijd de enige geweest die een bepaalde veer helemaal uit kon trekken. Hij en een smid konden dat.’Dat had niet zoveel met kracht te maken als wel met een handigheid, ik trok die veer dan net even door het dode punt heen, terwijl die smid dat heel langzaam kon doen.’ Ik zie het al voor me hoe op het pleintje vlak naast de sluis een groepje jongens met vette scheidingen en opgestroopte hemdsmouwen, een sigaret bungelend tussen de lippen, zo’n veer proberen uit te trekken.
Opa vertelde dat je vroeger auto’s had die je moest aanzwengelen en die ook door zo’n dood punt moest zien te trekken. Zijn vader had bij de brandweer gewerkt en de spuitpomp werkte ook met zo'n zwengel. 'mijn vader was de enige die de spuitpomp door het dode punt wist te slingeren. Zonder mijn vader kon de brandweer van Zwartsluis niet uitrukken.'
Ik kan me voorstellen dat je in een stadje als Zwartsluis dan een zekere faam weet op te bouwen. Voorbijgangers die langs het huis van de Essers lopen zeggen fluistrend tegen elkaar:'Hier wonen de bedwingers van het dode punt.'

vrijdag 5 juni 2009

wetenswaardigheden


John Knechtel, directeur van de uitgeverij Alphabet City (uitgaven zijn onder andere mooi vormgegeven gidsjes: Trash, Food, Fuel) hield gisteren een lezing in Stroom Den Haag. Het ging over voedsel. John noemde een aantal interessante wetenswaardigheden en probeerde vooral het punt te maken dat als lokaal en organisch geproduceerd voedsel een kans van slagen wil maken, de boeren het voor elkaar moeten zien te krijgen om aan de voorwaarden van de distributie centra te voldoen. Van de wetenswaardigheden is mij vooral de opmerking bijgebleven dat bij een ruimtereis naar mars er onvoldoende ruimte is om voedsel mee te nemen omdat de reis twee jaar gaat duren. Het past simpelweg niet in het ruimteschip. De enige optie is om voedsel aan boord te verbouwen. John Knechtel eindigde zijn lezing met de opmerking dat de bemanning op die ruimte reis dus echt lokaal voedsel te eten krijgen.

woensdag 3 juni 2009

OB. het slechte wat naar buiten kwam



Vandaag heb ik met wat mensen gesproken over het probleem van slaapgebrek in het Otium en waar dat aan zou kunnen liggen. Sommigen zeiden dat contemplatie en verlichting pas komen als je ergens zes weken zit. Anderen dachten dat het misschien toch ligt aan het feit dat je daar onbeschermd in the middle of nowhere zit. Misschien is het Otium wel een soort stofzuiger. De eerste nacht kwam alle innerlijke rotzooi naar buiten die ik in de stad had opgebouwd. Dan had het wellicht dus toch een zuiverende werking om daar te zitten en had ik nog een aantal nachten langer moeten blijven om echt effect te kunnen sorteren. Het Otium is namelijk wel gebouwd volgens de maatvoering en principes van Dom Hans van der Laan, de Nederlandse Monnik architect. Wat er gebeurde, daar in Groningen, was het slechte wat naar buiten kwam.

dinsdag 2 juni 2009

OB. Er waren andere, urgentere kwesties.


Ik had me voorgenomen te gaan schrijven in het Otium, dat mij achteraf misschien wel het meeste deed denken aan een gemoderniseerd mud huis, maar van schrijven is het evenwel niet gekomen. Niet omdat er geen elektriciteit was, ik had pen en papier meegenomen. Maar het leek wel alsof schrijven op deze plek ineens een irrelevante bezigheid was geworden. Er waren andere, urgentere kwesties, zoals onkruidwieden en een kampvuur aanleggen. Ik overwoog die nacht buiten te slapen, maar daarvoor was het toch te vochtig. Maar ook binnen, in de raamloze slaapcel, kon ik de slaap niet vatten. Daar lag ik in een grenspost tussen Drenthe en Groningen. Ik was bang belaagd te worden door randgroepjongeren, de kinderen van de grens. Ze stonden bekend om hun wreedheden en ze zouden me nog wel eens kunnen verrassen die nacht. Dat ze er waren had ik gezien aan de pogingen tot brandstichting aan de grenspost. Wat als ze de boel in de fik staken als ik binnen lag? Zodoende heb ik geen oog dicht gedaan. Voor het eerst had ik behoefte aan een wapen.