vrijdag 15 augustus 2008

Keep it Real


Vanmorgen werd ik wakker van keiharde geweerschoten en het jankende geluid van een soort Catalaanse mini klarinet, die ik vagelijk meende te herkennen. Bij mijn uitkijkpost aangekomen zag ik dat het ging om een smurfen revolutie. Volwassen mannen met identieke giletjes en identieke smurfenmutsen schoten vlammend buskruit uit trompetvormige geweren. Precies het soort geweren die Ungerin tekende voor zijn kinderverhaal ‘de drie rovers’. De volhardendheid van de feestvierders is verbluffend en het is dan ook moeilijk een glimlach te onderdrukken. Ze schieten je uit bed en dwingen je om mee te doen, er zit niets anders op. In de krant stond vandaag een foto van het plein met de klok, op de toren was een spandoek te zien met de tekst 'vila de gracia is not lloret' en daaronder 'Tourist Go home'. Een soort variant op 'yankee go home', denk ik. Het is duidelijk dat de stroom toeristen wordt gevoeld als een bezetting. De echte loopgraven bevinden zich niet in Irak of Afghanistan maar tussen culturele enclaves en de logica van Planet Tourist en de naar genot zoekende homo ludens. De strijd speelt zich in feite overal tegelijkertijd af, zoals in Gracia. Keep it real, lijkt de insteek, maar het is hopeloos natuurlijk. De feesten van Gracia staan allang in de Lonely Planet.

donderdag 14 augustus 2008

Untrendy


Ik hoorde knallen op het plein met de klok. Dat was vreemd want de feesten van Gracia waren vanmiddag al geopend met een soort authentieke Catalaanse tapdans die ik vanaf mijn balkonnetje goed kon observeren. Ik liep naar de voorkamer en vanaf het balkon zag ik dat er sprake was van een demonstratie. Ze riepen een leus waarvan ik zeker wist dat ik die al eerder had gehoord. De leus begint met ‘pujol enanano’, ‘pujol dwerg’, refererend aan een politicus van tien jaar geleden! Ze gooiden rotjes en staken rookbommen aan. De politie stond in een keurige halve cirkel voor het (voormalige) gemeentehuis van Gracia, zoals ze dat al zo vaak hebben gedaan. Klaar om eventuele opstootjes van, in dit geval, links-radicalen op te vangen. Dat gebeurde niet. Ze kwamen slechts heel tijdelijk even de orde verstoren. Het geheel duurde nog geen kwartier. Volgens de buurman die ook op het balkon stond werden de demonstranten betaald. Ik vroeg door wie, maar dat wist hij niet. 'Soms zijn het rechts-radicalen soms weer links-radicalen, ze gebruiken de feesten als aanleiding om herrie te schoppen, kijk die bar moet door het gedoe zijn terras sluiten’, zei mijn buurman wijzend op geuniformeerde obers die druk in de weer waren stoeltjes en tafeltje op te stapelen. Door de rookbommetjes was het erg onprettig geworden op het terras. Ik vond het er allemaal hopeloos achterhaald uit zien.outdated, untrendy.
Of was dit gewoon een vorm van decadentie, een goede manier om de verveling tegen te gaan? Het drukke groepje deed me terugdenken aan een eerdere demonstratie deze week die ik zag vlak bij de stierenvecht arena. Ze waren van een ander soort en zagen er zo mogelijk nog hopelezoer uit.
Een man had zijn hoofd roodgeschilderd. Was hij de stier of juist de toreador? Dat werd niet duidelijk. Van deze demonstratie wist ik direct zeker dat ze wel echt was, al was het maar omdat het langer dan een kwartier duurde. Er stonden een paar mooie en uiterst serieus kijkende meisjes tussen waardoor ik direct de neiging kreeg om ook op een pan te gaan slaan. Net zoals ik drie jaar geleden de neiging had om in vuilcontainers naar brood te duiken.
(Het zou trouwens geen gek idee zijn om in plaats van megamallen de spaanse buitenwijken weer uit te rusten met een stierenvecht arena, want om C. Balard te citeren: 'de verveling van dit soort plekken is alleen nog tegen te gaan met injecties van geweld.)

Bichtvader in een audi


Ik liep op mijn gevoel naar één van de twee Casablanca bioscopen hier in de buurt. Er zijn zo uit mijn hoofd vijf bioscopen binnen 1 kilometer van ‘het plein met de klok’ waar ik tijdelijk woon. Het zijn prettige kleine bioscoopjes die blijkbaar hun hoofd boven water kunnen houden. In Nederland schijnt dat niet te lukken. In Groningen is de prachtige bioscoop camera opgedoekt en verhuisd naar het voetbal stadion annex winkelcentrum Euroborg. Opgeslokt door een entertainment gigant, of liever gezegd: de groep waar camera toe behoorde heeft besloten dat het beter was om te verhuizen. Wat is er toch tegen de stad? Steeds meer stedelijke functies worden uit de stad getrokken en gecentraliseerd op industriegebieden die zijn ingericht op het verwerken van grote hoeveelheden auto’s. Het aloude modernistische adagium van totale functiescheiding lijkt toch nog werkelijkheid te worden. In Barcelona heb je gelukkig nog het gevoel in een echte stad te zijn. Ik verdwaalde dan ook. Of liever gezegd ik kon de Casablanca bioscoop niet meer vinden, deze leek in rook te zijn opgegaan. Gelukkig wist ik nog wel waar het andere exemplaar zich bevond. Het kleine halletje was verlicht maar er was niemand te bekennen. Toch klonk er een constant geratel uit de projectiekamer. De laatste films waren al gestart en de kassa gesloten. Ik duwde tegen de zware houten deur en deze ging geluidloos open. Achter het fluwelen gordijn trof ik een handjevol mensen in de zaal, ze keken naar een Italiaanse film. Kalme Chaos van Sandro Veronesi verfilmd door Roman Polansky. Ik had het hele eerste deel gemist, maar dat leek niet heel noodzakelijk om de rest goed te kunnen volgen.
Een man verliest zijn vrouw en besluit zijn leven volledig te wijden aan zijn dochter. Hij rijdt haar iedere dag naar school en wacht dan op het plein totdat ze weer naar huis mag. Terwijl hij het dagelijks leven (zoals zijn werk) dacht te hebben stop gezet, blijkt dat dagelijks leven nu om hem en zijn bankje heen te draaien. Iedereen wil wat van hem. Ze vertellen hem over de fusie van het bedrijf waar hij directeur is en omdat hij zich niet in dat wespennest bevindt wordt hij de ideale man om directeur te worden van de het nieuwe bedrijf in Italie. Hoezeer men hem ook in beweging probeert te krijgen, hij weigert. Hij blijft op het bankje zitten. Totdat zijn dochter hem (aan het einde van de film) zegt dat ze gepest wordt omdat hij daar altijd zit. Dat zet hem uiteindelijk weer in beweging. Een erg goede film die ik niet in Euroborg had willen zien, al was het maar omdat ze daar portiers hebben die je er niet zomaar doorlaten.

dinsdag 12 augustus 2008

passie voor brood


Het Barcelonese brood blijkt een sleutel tot het verleden te zijn. Drie jaar geleden struinden de lieve G en ik samen met studenten van de circusschool de stad af om brood uit containers bij bakkers en restaurants te halen. Wie in een groep geaccepteerd wil worden gaat soms grenzen over. Ook al moesten we de eerste keren dat we container naderden wel enige schroom overwinnen. Dan stond ik met de lieve G (die op dat moment in haar hoofd worstelde met de pro's en contra's van de porno industrie) een beetje aan de zijkant en deden we alsof we er niet echt bij hoorden.
Maar bij de vierde of vijfde container waren wij niet meer te onderscheiden van de rest. We doken als trapeze artiesten in de onzekere diepten van afval containers opzoek naar gave zuur dezem broden. Dit is natuurlijk volstrekt not done in een geavanceerde kapitalistische samenleving waarbij juist de productie van afval het hoofddoel is. De avondwandelaars keken dan ook misprijzend naar ons gedrag. Ik geloof dat ik op dat moment voor het eerst echte passie voelde.

zondag 10 augustus 2008

Een broodlengte voorsprong


Het verschil tussen Barcelona en Madrid is evident, al is dat makkelijker te voelen dan uit te leggen. Je voelt het bijvoorbeeld aan de zeebries die Madrid moet ontberen en waardoor het zo verstikkend heet kan zijn. Ook is de stad overzichtelijker. De negentiende eeuwse stadsuitbreiding, ensanche, is tegen een berg aangebouwd en heeft daarmee een aantal dicht bij elkaar liggende dorpen opgeslokt. Wij zitten in een van die voormalige dorpen en dalen dagelijks per fiets af naar de oude stad aan het strand. In een rechte lijn is dat nog geen tien minuten. Maar we kiezen er meestal voor om zigzaggend door het Grid van Cerda af te dalen en zo links dan wel rechts van Plaza Catalunya uit te komen, het plein aan het begin van de Ramblas. Links zijn de wijken Born en Bario Gotic, rechts El Raval. De laatste wijk is nog een beetje sleazy en nog niet helemaal gerestyled volgens het Planet Tourist recept. Deze wijk heeft uiteraard mijn voorkeur. Niet dat ik mij wil onttrekken aan alle vormen citybranding of lifestyle shops. ‘Authentike Spaanse cafeetjes’ met bergen vieze servetjes op de grond, tl lichten aan het plafond en een vette hap naast je biertje, gaan ook vervelen. Ik was dan ook blij verrast door de grote hoeveelheid broodwinkels en broodfabriekjes die de afgelopen drie jaar ineens overal in Barcelona opduiken. Ze maken en verkopen spelt brood, meergranen, maiz, broden met courgette,Baskische en Galisische broden en zelfs brood uit ijsland. Lifestyle of niet, het is kwaliteit en geweldig lekker. Dit brood laat zien waarom Barcelona altijd een stapje op Madrid voor blijft.


http://barcelonareykjavik.com/index.php

vrijdag 8 augustus 2008

De moeite waard


We zijn inmiddels aangekomen in Barcelona en verblijven in het huis van vrienden. We hebben grote problemen met het internet wat ons doet terrugdenken aan de tijd (drie jaar geleden)
dat we hier gedurende twee maanden probeerden werk te vinden. Ook toen hadden we constant problemen met de internet verbinding. Ook hadden we problemen met het vinden van werk. De revolutionair vond destijds werk als vertaalster (in de porno industrie), maar dat leverde te weinig op om de huur te betalen. Zelf heb ik lang getwijfeld of ik mijn carriere ook in deze richting wilde sturen. Ik heb het uiteindelijk niet gedaan en dat stemt weemoedig. De porno industrie in Barcelona was wellicht toch de moeite waard geweest.

Toledo


Ik was nog nooit in Toledo geweest. Toledo heet de stad van El Greco te zijn en El Greco is één van mijn favoriete schilders. Ook mijn reisgezel vandaag aangeduid als Ganees (maar op andere gelegenheden ook oogje dan wel de revolutionair Gé Gevaraa genoemd) had nog nooit voet gezet in Toledo. Tevens is zij El Greco adept. Aangezien Madrid zich op een vijftig tal kilometers van deze voormalige zetel van de katholieke kerk bevind grepen we onze kans en gingen op excursie.
Er zijn twee manieren van reizen. De ene manier is simpelweg een kwestie van verplaatsen. De andere manier is om van dat verplaatsen zelf ook nog iets te maken. Een forens kiest voor de eerste optie, het gaat met name om tijdwinst. Alhoewel tijdwinst natuurlijk goed samen kan gaan met een prettige reis. Wat dat laatste betreft is de trein altijd de beste optie. Behalve dan in Sapnje. Het station Atocha Renfe, van waar de meeste treinen uit Madrid vertrekken was stampvol met reizigers. Waarschijnlijk een mix van forens en vakantiegangers.Volgens het bonnetje met nummer B641 waren er nog honderd wachtenden voor ons en een half uur later waren we nog maar tien personen opgeschoten. Terwijl de metro is voorzien van geweldige apparaten waar je met munt en papiergeld aan de nodige kaartjes kan komen, blijkt het treinenstelsel alleen via internet of per loket toegankelijk. Om de tijd te doden, zijn we ‘het monument van de afwezigen’ ter herinneringen aan de aanslagen op dit station op 11 maart 2004, aangeduid als 11M (spreek uit: onse emme). De eerste glazen deur waar je door moet leidt naar een klein glazen halletje met aan de andere kant nog een deur die leidt naar de ruimte van het monument. De volgende deur opent zich pas als de eerste is gesloten. Het heeft iets weg van een veiligheidsmaatregel op een vliegveld of een sluis waardoor astronauten de spaceshuttle verlaten.
Bij binnenkomst wordt duidelijk waarvoor het sluisje bedoeld is: om druk te houden op een ‘plastic ballon’ die in een glazen cylinder zweeft. Een folder meldt dat het ‘membraan’ in de glazen cylinder is gemaakt van het hoogwaardige materiaal Etil-tetrafluoretileno. Toch moet ik onwillekeurig denken aan een opgeblazen condoom. Het ziet er met andere woorden nogal ‘lullig’ uit. De ballon blijkt een soort gastenboek te zijn, waar reacties van mensen staan opgeschreven, zoals: peace and freedom in the world. Met het bezoekje aan het monument, zowel binnen als buiten, waren we instaat nog eens dertig minuten om zeep te helpen. Maar het hielp niets. Daar stonden ze nog steeds als standbeelden te wachten voor het loket. Het leek hun helemaal niks te deren, dat wachten. Zij waren de ware monumenten van dit station. De wachtenden als monument voor de afwezigen. Wij maakten ons zo snel mogelijk uit de voeten, dan maar met de bus, we waren inmiddels ook toe aan tijdwinst.
Binnen een uur hadden we in vreselijk stinkende stadsbus, de rand van de rots die Toledo heet bereikt. We stierven van de honger, maar besloten toch eerst die rots te beklimmen en boven ergens een restaurant te vinden. Dat leke ons leuker en zowaar: we werden voor onze moeite beloond. Een menu del dia bestaande uit een bord gaspacho, een groot stuk zwaardvisfilet en een fruitsalade als toetje, begeleid met water brood en een goed glas wijn voor 11 euro. Werkelijk uniek. Alleen die maaltijd was de reis naar Toledo al waard. Dat kwam mooi uit want van El Greco hebben we niet veel gezien. Ja natuurlijk El Intiero de Conde Orgaz die overigens niet langer op zijn oude plek hing. Mijn oom vertelde me ooit eens dat het een sensationeel moment was toen hij voor het doek stond. Het hing achter een fluwelen gordijn en werd bijgelicht met kaarsen. Het gordijn hing er nog maar dan rechts van schilderij dat op een andere muur van het kapelletje was opgehangen. De bezoekers kwamen via een andere ruimte binnen, misschien was er wel het een en ander verbouwd. Hoe het ook zij, we stonden daar met drie groepen en drie gidsen die boven elkaar uitkakelden om de betekenis van het schilderij duidelijk te maken.
Maar Toledo blijft een fantastische stad om in rond te dwalen. Het valt erg op dat in alle toeristen winkeltjes een ongelofelijke hoeveelheid messen en steekwapens te koop zijn. Alsof het helemaal niet de stad van El Greco is maar van el carnicero, de slager, zoals Franco in linkse kring wel werd aangeduid. En inderdaad, Franco is in Toledo nooit ver weg. Zijn eigen leger museum is nog steeds operatief, een groot stenen plakkaat bedankt El Caudillo voor de inauguratie van een of ander egbouw. Met El Greco en Franco verenigd Toledo de twee Spanjes in zich. Het creatieve gedurfde en vernieuwende van El Greco en het behoudende, conservatieve van Franco. Bovendien zou Toledo de zetel van de kerk zijn geworden als destijds Granada niet veroverd was op de moren. Interessant is dat juist de aristocratie en de kerk tot EL Greco's grootste fans behoorden.

Verantwoordelijkheid


Dichtertje werd onlangs gecast voor een rolletje in een Australische bierreclame. Dat kwam mooi uit, want dat leverde hem duizend euro op waardoor hij eerder kon stoppen met werken bij het callcenter voordat hij in september naar California vertrekt. Vrienden van hem hebben hem hierom bekritiseerd. Gebrek aan verantwoordelijkheid was de strekking. Had hij niet immers in een ver verleden duizend euro van zijn ouders geleend?
De grootste overtreding is nog wel het aanspreken van een vriend op diens verantwoordelijkheid. Dan breek je een belangrijke code en loop je de kans dat het voorgoed afgelopen is met de vriendschap. En dat lijkt me voor een schamele duizend euro toch niet de moeite waard.

Geïnteresseerden kunnen het filmpje via deze link bekijken.

http://www.fortheloveofbeer.com.au/#/theRelay/Madrid,%20Spain/Oscar/

España Profunda


Er is nog steeds sprake van twee Spanjes. Je hebt het conservatieve en behoudende deel. Dit is het Spanje van voormalig dictator Franco dat sterk aan de kerk gelieerd is en anderzijds is er het alledaagse progressieve Spanje. Zo zwart wit is de grens vermoedelijk niet te trekken en voor een buitenstaander is dit onderscheid vrijwel onmogelijk te maken. Maar het is er wel. Soms steekt dit oude, rijke en katholieke Spanje zijn kop door het vlies van het alledaagse en krijgen we een blik in de duistere onderliggende krachten van het reactionaire Spaanse conservatisme.
Iedere keer als de Partido Popular, de partij van voormalig president Aznar, wint dan komen zonder schroom de Francistische vlaggen weer van zolder. Met dat verleden is door de zachte transitie nooit echt afgerekend. Het is een openstaande rekening die met een verrassend Spaans poldermodel is afgedekt, maar onderhuids blijft irriteren. Oud efrancististen trekken nog steeds her en der aan de towtjes al was het maar omdat het grote geld voornamelijk uit deze hoek komt.

Mijn vriend, de dichter en callcenter medewerker (voor de volledigheid: hij komt dus uit het progressieve non franco kamp) die ik vanaf nu zal aanduiden als Dichtertje, vertelde mij onlangs een verhaal dat het verschil tussen het ene en het andere Spanje enigszins inzichtelijk maakt. Hij had een amoureuze rendez vous (ik gebruik dit woord om het Nederlandse equivalent afspraakje, of de Engelse versie date, te vermijden) met een vrouw van 35 die hij had ontmoet in de dichtersbar Club Bukowsky. Sinds eigenaar Carlos Salem een prijs heeft gewonnen voor het beste debuut in het genre van de zwarte roman, geniet zijn bar ook ineens enige bekendheid. Dit trekt nieuw publiek aan, waaronder deze vrouw. Dichtertje heeft er in Bukowsky een onderhoudend gesprek mee maar vind haar niet per se aantrekkelijk. Toch krijgt hij de indruk dat hij met een klein beetje moeite wel met haar naar bed kan. Ze wisselen dus telefoonnummers uit.
Op hun eerste rendez vous (na de ontmoeting in Bukowsky ) spreken ze af om de zondag daarop te gaan zoenen. Dichtertje verteld mij dat hij Lafea, de lelijke zoals hij haar noemt, ineens best aantrekkelijk vind. Op zondag ontmoeten ze elkaar weer en na een paar drankjes is het kus moment dan ook aangebroken.
Dichtertje brengt zijn mond dichter bij de hare om geconfronteerd te worden met een stijf uitgestoken tong. ‘Ze had geen enkel idee’, zei dichtertje later tegen mij. Toen ze naar haar huis gingen, in de wijk malasagna moesten ze als dieven door het donker sluipend de trap op omdat ze niet wilde dat de au pair zou zien dat ze een man mee naar huis had genomen. Lafea had het huis van haar zus overgenomen, maar de au pair was achtergebleven. Die zou wel iets anders gaan zoeken, maar dat was er de afgelopen vier maanden nog niet van gekomen. ‘Niet dat je elkaar in dat huis hoeft tegen te komen’, zei Dichtertje, ‘het heeft twaalf verschillende kamers en haar slaapkamer is net zo groot als mijn hele appartement’. Sober ingericht maar met een royaal bed. Dit kon niet verhelpen dat het een rampzalige nacht werd. Aan het einde van de alles behalve bevredigende ervaringen in het hemelbed vroeg Lafea aan Dichtertje wat hij van de kerk vond. Dat heeft ze geweten. Dichtertje heeft ongezouten kritiek op de kerk. Hij is goed op de hoogte en wist daar in het hemelbed met verschillende historische gebeurtenissen van het schoolhervormingsprogramma tot abortus op de proppen te komen, inclusief data. Ze moest hem uiteindelijk wel gelijk geven, al kostte het haar moeite. Lafea komt uit een streng katholiek, conservatief, stinkend rijk en wellicht aristocratische wereld.
Dat ze naar een bar als Bukowsky is gekomen en zij iemand als Dichtertje in haar hemelbed heeft toegelaten bevestigd haar eigen opmerking dat ze het zwarte schaap van de familie is. Toch zit het diep, de kerk en wat de kerk met haar gedaan heeft. Alles aan haar straalt schaamte uit. Seks is taboe. 'Het was net zoals met La Inteligente”, zei Dichtertje, 'die komt uit Salamanca, ook al zo'n conservatief en puur spaans nest en dat was precies even rampzalig op seksueel gebied.'

Wat dit verhaal volgens mij vooral duidelijk maakt is het belang van stad waar deze tegenstrijdige perspectieven elkaar tegen kunnen komen en wellicht met enige moeite in het hemelbed overwonnen kunnen worden. Het is ook een voorbeeld van 'stedelijke liefde' (zie post ‘stedelijke liefde’). Deze ontmoeting had alleen maar in de stad kunnen plaatsvinden.

zondag 3 augustus 2008

Fopspeen

Als een korstmos kleven mensen zich vast op de superstructuren van de stad. Op honderd meter diepte bevind zich plotseling een Spaans café. 'Rustig maar, alles komt goed, het is hier beneden net zo als boven', lijkt het gezellige hoekje uit te stralen. Een bar als fopspeen. In de metro zagen we een zwarte figuur naderen. Het was een vrouw die diep voorovergebogen en met klagende stem om geld vroeg. De scène leek rechtstreeks afkomstig uit de middeleeuwen. Op het clichematige af, alsof ze voor de spiegel had geoefend. Haar kleding was volledig zwart en ze liep op blote voeten. Oogje (soms ook aangeduid als de revolutionair Ge Gevaara) met wie ik op dat moment was, merkte het ook op.”Het lijkt wel een act”, zei ze en ze pakte haar portemonnee, met het formaat van een ruimteschip, tevoorschijn. Ook voor een act kun je tenslotte best betalen. Zelf had ik wat muntjes die ik bij de toneelspeelster in haar bakje gooide. Vrij kort daarop kwam er een andere act in werking. Het ruimte schip van oogje was niet geheel onopgemerkt gebleven. Er kwam een figuur vrij dicht op haar staan (zij zat ik stond). Kort daarop was het ruimteschip voorgoed verdwenen, opgeslokt door de peristaltische bewegingen van de ondergondse massa's.